Reactie op brief college nav advies Verordening Jeugdhulp Lelystad 2025
29 juni 2025
Van Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad
Geacht college,
We danken u voor de reactie op de adviezen van de Cliëntenraad Sociaal Domein op de concept Verordening Jeugdhulp Lelystad. We zijn content dat een aantal wijzigingen is aangebracht. Het valt ons op dat u vaak verwijst naar regelgeving die elders is vastgelegd. Dit maakt ons inziens de Verordening lastig leesbaar voor onze inwoners.
U verwijst ook naar onderbouwingen binnen de verordening zoals: vastgestelde wetenschappelijke onderzoeken, zorgstandaarden, methodieken, beleidsregels en verschillende databanken. Wij willen u erop attenderen dat niet alle jeugd-of gezinsproblematiek zich laat vangen in standaardiseringen. De praktijk is veelal weerbarstiger. De cliëntenraad had graag gezien dat heldere en praktische bepalingen en afwegingsfactoren in de verordening worden beschreven. Wie doet wat, hoe is e.e.a. georganiseerd en op welke wijze vindt de uitvoering plaats. Dit in een leesbare vorm die wordt begrepen door de inwoners.
De cliëntenraad geeft de voorkeur aan een document waarin de wettelijke taken praktisch worden uit geschreven, samen met heldere informatie over de wijze waarop de toegang tot jeugdhulp is georganiseerd. Kortom, een toegankelijk document voor jeugdigen, ouders, verwijzers, zorgaanbieders en Jeugd Lelystad.
Als cliëntenraad willen we hieronder ingaan op enkele adviezen, waarbij wij u dringend vragen deze te heroverwegen.
Hoofdstuk 1 Begrippen
De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraken van 29 mei 2024 (o.a. ECLl:NL:CRVB:2024:1095) geoordeeld dat gemeenten in hun verordening duidelijk moeten omschrijven wat zij verstaan onder ouderlijke plicht, al dan niet in relatie tot begrippen als gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp. Daarbij moet in de verordening zelf, niet slechts in toelichting of bijlage, worden vastgelegd welke hulp redelijkerwijs van ouders verwacht mag worden, en wanneer die verwachting de grenzen van redelijkheid overschrijdt. Uit zowel de verordening als de bijbehorende toelichting blijkt dat deze noodzakelijke grens niet wordt gesteld. Daarmee ontstaat voor ouders en jeugdigen onvoldoende rechtszekerheid over hun aanspraak op jeugdhulp.
Artikel 3. Individuele voorziening
De toelichting van het college, waarin wordt verwezen naar “methodiek” als onderbouwing van de opgenomen behandelduur en frequentie, overtuigt ons niet. In bijlage 1 wordt bijvoorbeeld gesteld dat EMDR-behandeling minimaal 3 sessies per week van 1,5 uur vereist. Het opnemen van een minimumfrequentie van 3 EMDR-sessies per week is onrealistisch. Dit bevestigt onze zorg dat de gemeente met deze inkoopstructuur feitelijk op de stoel van de behandelend deskundige gaat zitten.
Hoewel het college stelt dat maatwerk mogelijk blijft, blijkt in de praktijk dat standaardisering richtinggevend is voor toekenning én inkoop, waardoor behandelaren en indicatiestellers onder druk komen te staan en zich aan deze ‘norm’ te conformeren – ook al is dat niet in het belang van het kind.
Wij adviseren u daarom met klem om in de verordening en bijlagen geen normen vast te leggen die de inhoudelijke behandelruimte van professionals beperken. Laat de inhoud, duur en frequentie van hulpverlening uitsluitend bepalen door de behandelend deskundige, waarna het college op basis daarvan een zorgvuldig gemotiveerd besluit neemt conform de Jeugdwet.
Artikel 4 Toegang tot jeugdhulp via huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Wij zijn content met deze wijziging in de verordening. In de toelichting is dit echter nog niet verwerkt. Wij adviseren ook in de toelichting te vermelden dat het verstrekken van medische gegevens niet verplicht is.
Artikel 12 Onderzoeksrapport
Uw reactie gaat in op het aanvraagproces (artikel 4:2 Awb}, maar raakt daarmee niet de kern van ons advies. Ons voorstel om een onderteken moment toe te voegen aan het definitieve onderzoeksrapport is geen herhaling van de aanvraag, maar een borging van transparantie en zorgvuldige vastlegging. Dit moment stelt ouders en jeugdigen in staat te bevestigen dat zij zich herkennen in de inhoud van het rapport. Dat voorkomt misverstanden en draagt bij aan een zorgvuldige besluitvorming, conform artikel 3:2 van de Awb. Het verkleint bovendien de kans op bezwaarprocedures en bevordert het vertrouwen in het proces.
Artikel 30. Afbakening aanspraken op Jeugdwet en Wet Langdurige Zorg (WLZ)
Hoewel wij uw verwijzing naar de hardheidsclausule begrijpen, achten wij deze onvoldoende waarborg voor de continuïteit van zorg. De Jeugdwet kent een eigenstandige zorgplicht, die geldt totdat een Wlz-indicatie is afgegeven -ongeacht of er sprake is van “ernstige benadeling”.
Door de toegang tot tijdelijke jeugdhulp afhankelijk te maken van een zware afweging onder de hardheidsclausule, wordt het risico vergroot dat jeugdigen tijdens de wachttijd tussen aanvraag en toekenning van Wlz-zorg zonder passende hulp blijven. Dit is in strijd met het uitgangspunt van de wet én met de rechtszekerheid voor ouders.
Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Wij achten het van belang dat ook de verordening zelf een bepaling bevat over structurele evaluatie van het gevoerde beleid. Door dit in de verordening vast te leggen, wordt het college niet alleen juridisch gehouden aan regelmatige evaluatie, maar wordt ook voor inwoners en medezeggenschapsorganen zichtbaar dát er wordt geëvalueerd en hoe vaak. Wij herhalen daarom ons advies om het evaluatiehoofdstuk uit de VNG-modelverordening alsnog op te nemen.
Graag ontvangen wij uw reactie op ons advies.
Wij zijn altijd bereid toelichting te geven en u van nader advies te voorzien.
Namens de Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad,
Met vriendelijke groet,
Voorzitter, Secretaris