Gevraagd advies Verordening Jeugdhulp Lelystad 2025

23 mei 2025

Van Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad

Geacht college,

Aan onze raad is gevraagd een advies uit te brengen op de nieuwe Verordening Jeugdhulp 2025 Lelystad. Wij hebben begrepen dat deze Verordening is gebaseerd op de Modelverordening Jeugdhulp die in 2024 is opgesteld door de VNG.

Deze VNG Modelverordening is opgesteld omdat de uitgaven aan jeugdhulp blijven stijgen en daarmee de gemeentefinanciën onder druk staan. Daarnaast moest er juridisch gereageerd worden op een aantal uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Ook vroegen gemeenten om een meer gebruiksvriendelijke en beter uitvoerbare versie.

Ook de gemeente Lelystad heeft hiermee te maken. Het lijkt ons daarom logisch dat de VNG Modelverordening als basisdocument wordt gebruikt.

De gemeente Lelystad heeft de verantwoordelijkheid voor het aanbieden van goede en toegankelijke jeugdhulp. Wij adviseren daaraan toe te voegen: het beleid en de uitvoering is gericht op preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De gemeente moet de toegang tot goede zorgvoorzieningen waarborgen.

Artikel 2.3 van de Jeugdwet geeft aan dat het college een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening waarborgt. Wij adviseren u te benoemen wanneer iemand als deskundige hierin wordt aangemerkt.

Hieronder vindt u onze reacties en adviezen op de concept Verordening Jeugdhulp 2025 Lelystad 

 

Hoofdstuk 1 Begrippen

Wij adviseren u enkele begrippen aan te passen.

Draagkracht: Wij adviseren om bij dit begrip duidelijker te benoemen wat ‘andere huisgenoten’ inhoudt. Er zijn diverse situaties denkbaar waarbij eventuele huisgenoten geen gebruikelijke zorg hoeven te verlenen aan een jeugdige, zoals bijvoorbeeld een inwonende student of vluchteling. Ook hebben wij speciale zorgen inzake de draagkracht van minderjarigen en studerende jongvolwassenen. Wij adviseren u deze groepen niet mee te nemen in de beoordeling van de draagkracht van het gezin.
Tevens adviseren wij om de zin ‘Ook indien sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking.’ aan te vullen met ‘zolang het gebruikelijk zorg betreft.’ In dit kader adviseren wij ook de begrippen gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp te specificeren zoals de CRvB in diverse uitspraken heeft aangegeven.

Draaglast: wij adviseren om te specificeren wat er bedoeld wordt met ‘andere huisgenoten’.

Blz.3. Hoofdstuk 2 Vormen van Jeugdhulp

Onderdeel van de Lelystadse Verordening moet zijn een opgave en omschrijving van alle hulp die aan de jeugd geboden wordt. Ook bv vaktherapie behoort tot dit aanbod. Wij hebben begrepen dat hieraan gewerkt wordt en deze gegevens te zijner tijd in een bijlage zullen worden opgenomen na vaststelling door de gemeenteraad. De cliëntenraad zal zoals afgesproken tevens een adviesaanvraag ontvangen voor deze nieuwe inkoop en tevens betrokken worden voor input.

Artikel XX. Individuele voorziening

Lid 1. U bent voornemens in bijlage 1 de individuele voorzieningen die beschikbaar zijn gesteld te beschrijven. Tevens geeft u aan dat daarbij de maximale duur, frequentie en nadere kenmerken van deze voorzieningen zult weergeven. Zoals al eerder in ons advies Uitgangspunten Knoppenplan Jeugdzorg Lelystad en in de gesprekken inzake de bijlage van de wijziging van de Beleids- en nadere regels jeugdhulp Lelystad 2021 aangegeven is, heeft de cliëntenraad zorgen over het feit dat u daardoor op de stoel van de deskundige gaat zitten. Ons inziens kan alleen een behandelaar aangeven hoeveel sessies of behandelingen nodig zijn en met welke frequentie, gebaseerd op de specifieke situatie van de jeugdige of de ouder. Wij adviseren de individuele voorzieningen die beschikbaar zijn gesteld te beschrijven in de bijlage, maar de details zoals aangegeven aan de deskundigen over te laten.

Blz.3. Hoofdstuk 3 Toegang tot Jeugdhulpverlening

Wij adviseren u de eerste zin aan te vullen zoals in de Modelverordening:”….geen contract- of subsidierelatie heeft, behalve als er voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb verstrekking.”

Lid 4. In het kader van de Privacywet kun je ons inziens aan de jeugdhulpaanbieder geen verplichting stellen om medische gegevens te verstrekken, conform de AVG en de wet Jeugdzorg. Wij adviseren “medische” weg te laten. Daarnaast gaan we ervan uit dat er niet opnieuw onderzoek hoeft plaats te vinden door het college na een verwijzing door medici en een beoordeling van de jeugdhulpaanbieder welke jeugdhulp nodig is. Wij adviseren u ook vanwege op deze gronden geen medische gegevens te laten verstrekken, mede door ons advies bij Artikel XX. Individuele voorziening, Lid 1 (het niet op de stoel van de deskundige gaan zitten).

Blz.4. Artikel XX Toegang tot jeugdhulp via justitieel kader

Lid 1. Wij adviseren het woord rechter te vervangen door kinderrechter.

Lid 2. Wij adviseren het woord ‘van’ de gecertificeerde instelling te vervangen door ‘door’ de gecertificeerde instelling.

Lid 4. Wij zijn benieuwd welke nadere regels het college kan stellen over de toeleiding tot jeugdhulp via een gecertificeerde instelling. Wij adviseren dit als voorbeeld op te nemen.
Wij missen de inzet van spoedzorg bij crisissituaties binnen een gezin en/of bij jeugdige. Wij adviseren u aan te geven hoe deze crisisaanvraag tot hulp verloopt en hoe de beoordeling tot (vlotte) inzet van jeugdhulp plaatsvindt?

Artikel XX Toegang tot jeugdhulp via gemeente

Lid 1. Wij adviseren de regel aan te vullen met de volgende extra zin: Het college adviseert desgewenst ouders en/of de jeugdige over de beschikbare algemene voorzieningen. Tevens kan hierbij ondersteuning geboden worden door een gratis onafhankelijke cliëntondersteuner of vertrouwenspersoon

Lid 2. Wij adviseren het woord ‘dienen’ één keer te schrappen. Daarnaast adviseren wij u bovenaan het aanvraagformulier of in een bijbehorend schrijven de ouder op de hoogte te stellen dat ze voor het invullen gebruik kunnen maken van advies van een onafhankelijke (!) cliëntondersteuner. Het invullen van een aanvraagformulier is best ingewikkeld. Daarnaast kan de onafhankelijke cliëntondersteuner al een eerste stap binnen de triage vormgeven, waardoor er wellicht direct naar algemene voorzieningen gekeken kan worden.

Lid 4. Wij adviseren na te gaan op welke wijze de ouder en/of jeugdige bij de eerste aanvraag tot jeugdhulp een (behandel)plan of evaluatie kan aanleveren.

Lid 5. Wij adviseren op te nemen: Het college neemt het besluit op een aanvraag binnen acht weken na ontvangst

Blz. 5. Artikel XX Onderzoek

In de Jeugdwet staat: “Voor zover redelijkerwijs mogelijk, wordt de jeugdige en zijn ouders keuzevrijheid geboden met betrekking tot de activiteiten van jeugdhulp.” Wij adviseren u deze zin, dan wel de uitwerking daarvan, op te nemen in de verordening, gezien we deze dusdanig belangrijk vinden en nergens in de verordening tot stand lijkt te komen.
Lid 1. Wij ervaren te veel ruimte bij het beschrijven dat het onderzoek zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. Wij adviseren een aanvaardbare termijn specifiek te benoemen.
Lid 2: Wij adviseren u om “gratis cliëntondersteuning” te wijzigen in “gratis onafhankelijke cliëntondersteuning” Lid 3. In de modelverordening wordt aangegeven dat ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan gevraagd kan worden, naast dat gesproken wordt over de vertrouwenspersoon en de cliëntondersteuning.
Wij adviseren om de tekst bij lid 3 te wijzigen in: Voordat het onderzoek van start gaat kunnen de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordigers het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen hiervan op de hoogte en stelt hen in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familieplan.
Lid 4. Ons inziens is de inzet van de GIZ methodiek een hulpmiddel om tot een goede beoordeling te komen. Wij vragen ons af of deze methodiek in de verordening dient te worden beschreven. Het is ons niet bekend of de gecertificeerde instellingen van de GIZ methodiek gebruik maken.

Lid 8 b. In de modelverordening wordt gesproken over opgroei- en opvoedingsproblemen en/of psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen. Wij vragen ons af waarom dit voor een groot gedeelte uit de verordening is gehaald en adviseren u deze weer toe te voegen met tevens een vermelding naar artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Lid 8.c Gaat over welke zorg gebruikelijk is om te groeien naar zelfredzaamheid, maar ook welke zorg overstijgend dus bovengebruikelijk is vanwege een handicap of beperking van de jeugdige. Wij adviseren bij de beoordeling hiervan gebruik te maken van hoofdstuk 4 van de Beleidsregels indicatiestelling WLZ 2025.
Lid 8. Wij vragen ons af, met welke reden de regel tussen c. en d. is vervallen zoals in de modelverordening van de VNG staat beschreven. Het betreft de zin: rekening houdend met de godsdienst, levensovertuiging en culturele achtergrond van de ouder en/of jeugdige. In de toelichting staat dit punt wel vermeld, maar gezien de grote diversiteit binnen de inwoners van Lelystad, adviseren wij u de zin uit de modelverordening VNG ook hier te gebruiken.
Lid 8. De cliëntenraad is een groot voorstander van domeinoverstijgend werken en denken. In de modelverordening van de VNG staat: lid 8.e indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Wij adviseren u deze zin ook op te nemen.

Blz.6. Artikel XX Niet meewerkende ouder(s)

Lid 2. Wij adviseren een aanvulling: indien het college van oordeel is dat noodzakelijke hulp voor de jeugdige nodig is (in onveilige situaties) en deze geen tot onvoldoende medewerking heeft vanuit de ouders en hierdoor geen beschikking kan worden verstrekt, dient het college de afwegingskader meldcode te gebruiken.

In de Memorie van Toelichting staat: ”De verantwoordelijkheid van de gemeente om een voorziening te treffen ziet niet alleen op de jeugdhulp waar een jeugdige of zijn ouders zelf om verzoeken en die vrijwillig is, maar de gemeente is ook verantwoordelijk in die gevallen waarin een jeugdige of zijn ouders niet zelf met een verzoek of vraag komen, maar waarbij wel hulp wenselijk of noodzakelijk is en voor die vormen van jeugdhulp die verplicht zijn en waarvoor de jeugdrechter reeds een rechterlijke machtiging inzake jeugdhulp in gesloten setting (zowel een machtiging gesloten jeugdhulp als een machtiging op basis van de Wet bopz) heeft afgegeven of waarvoor een dergelijke rechterlijke beslissing gevraagd wordt. Het uitgangspunt blijft natuurlijk dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien allereerst bij de ouders en de jeugdige ligt en hier een terughoudende houding van de overheid past die ondersteuning biedt daar waar dit gevraagd wordt. Maar in sommige gevallen zal een meer proactieve rol van de overheid nodig zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan situaties waarbij de ouders of de jeugdige zich zelf niet bewust zijn van het feit dat ze ondersteuning of zorg nodig hebben, maar waarbij de buurvrouw zo haar twijfels heeft over de opvoeding van het buurkind en daar de gemeente op wil attenderen. Daarvoor zal de gemeente een voorziening moeten treffen, bijvoorbeeld in de vorm van een meldpunt. De gemeente zal hiertoe de mogelijkheid moeten bieden. Ook de gevallen waarbij de ouders of het kind geen ondersteuning willen, terwijl dit wel wenselijk of zelfs noodzakelijk is, denk aan gevallen van kindermishandeling of verwaarlozing vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.”
Wij adviseren u rekening te houden met de diverse situaties waar hier aandacht voor wordt gevraagd. Niet ingrijpen kan uiteindelijk niet alleen duurder zijn, maar ook schadelijk voor de kinderen.

Artikel XX Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming

Wij adviseren in de verordening op te nemen dat de advisering over besluitvorming, de besluitvorming zelf en de uitvoering daarvan niet in één hand mogen liggen en dus niet door één en hetzelfde orgaan mogen worden verricht, conform de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.

Artikel XX Onderzoeksrapport

Wij adviseren u om Lid 4. hieraan toe te voegen. Het definitieve onderzoeksrapport wordt ondertekend door de ouders en/of de jeugdige boven de 16 jaar.

Blz.7. Artikel XX Criteria voor toekenning van een individuele voorziening

Lid 1. Een hele lange zin, waardoor het niet lekker leest. Wij adviseren op te nemen: Jeugdhulp is toegankelijk na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist of de jeugdarts. Daarnaast komt de jeugdige of de ouder bij toegang via de gemeente voor een individuele voorziening in aanmerking als onderzoek door het college duidelijk maakt dat jeugdhulp nodig is bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen als bedoelt in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Zeker als de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, terwijl gebruikmaking van een andere of algemene voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.

Lid 2. U schrijft, als de oorzaak van de hulpvraag is gelegen in de problematiek van de ouder(s) bijvoorbeeld vanwege lichamelijke handicap of psychosociale problematiek, dan valt dit niet onder jeugdhulp. Wij adviseren u na te gaan op welke wijze wordt onderzocht of deze ouder problematiek een onveilige situatie voor de jeugdige met zich meebrengt. Tevens adviseren wij u deze zin beter vorm te geven gezien je het op verschillende manieren kunt interpreteren. Dit onderdeel is in de modelverordening duidelijker vormgegeven: “7. In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening.
8. Het voorgaande lid is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin.” Wij adviseren deze uitleg op te nemen. Daarnaast adviseren wij u om in situaties waarin sprake is van een vechtscheiding, hulp voor de betrokken kinderen toe te kennen.

Verder heeft u in lid 2 factoren benoemd waar bij voor de beoordeling van het al of niet verstrekken van jeugdhulp rekening mee moet worden gehouden. In het verleden zijn er veel interpretatieproblemen ontstaan bij de toegang. Wij adviseren dan ook om aan te sluiten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit hoofdstuk 4 van de beleidsregels indicatiestelling WLZ 2025.

Daarnaast schrijft de Jeugdwet voor dat de gemeente de taak heeft het opvoedingsklimaat in gezinnen te versterken. Deze jeugdhulp kan worden ingezet door het bevorderen van de opvoedvaardigheden van ouders, waarbij de beschikking op naam komt van de ouder. Wij adviseren u om deze mogelijkheid duidelijk in de verordening te verwoorden.

Wij gaan er vanuit dat bij het toekennen van een individuele voorziening soms geen passend aanbod gevonden kan worden bij hetgeen de jeugdige nodig heeft om zijn ontwikkeling en/of gedrag te stimuleren. Wij adviseren dan ook om de mogelijkheid tot maatwerk in dit artikel op te nemen, indien vrij toegankelijke voorzieningen niet toereikend zijn. Wij zijn van mening dat niet moet worden uitgegaan alleen van de goedkoopste adequate tijdig beschikbare voorziening maar tevens moet worden voorzien dat deze effectief is. Dat wordt ook benadrukt in de Memorie van Toelichting (“De beoordeling of een jeugdige of een ouder een voorziening nodig heeft en welke voorziening hij nodig heeft, dient plaats te vinden door een deskundige en zal gebaseerd dienen te zijn op zorginhoudelijke gronden. Budgettaire overwegingen kunnen hierin niet maatgevend zijn.” )

Blz.8. Artikel XX Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen

Lid 5. b Hierin wordt beschreven dat de hulpvraag een periode van minder dan zes maanden bedraagt, met uitzondering van behandeling. Binnen de wet op de Jeugdzorg staat geen termijn van zes maanden beschreven. Wij vragen ons af op basis van welke overwegingen het college deze termijn hanteert, aangezien in de Memorie van Toelichting kortdurende zorgsituaties van minder dan drie maanden als gebruikelijke zorg worden aangemerkt.

Lid 6a. In de modelovereenkomst wordt gesproken over ‘geobjectiveerde beperkingen’ in plaats van
‘vastgestelde beperkingen’. In uw toelichting staat het volgende hierover: “Bij beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden (sub a) moet het gaan om vastgestelde beperkingen. Hierbij kan worden gedacht aan beperkingen die zijn vastgesteld door een arts, psycholoog of ***.” Het lijkt ons niet de bedoeling om eerst een onderzoek te doen om vast te laten stellen of de ouder een beperking heeft waardoor deze tekortschiet. Wij adviseren om ‘geobjectiveerd’ te laten staan en de zinssnede uit de toelichting te verwijderen. Het kan niet zo zijn dat als beperkingen van ouders niet zijn gediagnostiseerd, er daarom geen jeugdhulp kan worden ingezet omdat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) wel te kort schiet maar niet is vastgesteld, danwel dat ouders de toegang tot haar/zijn medische gegevens heeft geweigerd.

Lid 7d: de cliëntenraad vindt het goed om te kijken of ouders zelf hulp kunnen bieden. Echter dit voorbeeld gaat vaak over bovengebruikelijke zorg waarbij ons inziens een andere in schatting gemaakt moet worden. Je kunt hierbij dus niet zomaar aangeven dat er geen jeugdhulp kan worden ingeschakeld of dat deze zorg
‘geboden dient te worden’ door ouders of netwerk.

Laatste alinea na Lid 8. “Dit geldt ook bij gescheiden ouders.” Wij adviseren dit te verruimen naar: “……ouders, tenzij dit een onevenredige belasting vormt voor het gezin, de andere ouder feitelijk niet beschikbaar/buiten beeld is of wanneer de reistijd en/of reiskosten in redelijkheid niet van hem of haar kunnen worden gevraagd.

Wij adviseren het Artikel 13 Vaktherapie, vanuit de Modelverordening van de VNG, op te nemen in de Verordening van de gemeente Lelystad. Deze vaktherapeutische behandelvormen kunnen alleen vanuit de wet worden ingezet naar het oordeel van het college. Verschillende behandelvormen kunnen positief bijdragen als er geen alternatief beschikbaar is of als oplossing bij een lange wachttijd voor een hulpvoorziening.

Blz.10 XX Inhoud beschikking

Lid 1. c Wij begrijpen dat de beschikking volstaat met benoeming welke voorziening de jeugdhulp gaat bieden, echter gaat ons inziens het college niet over de inhoud, het methodisch werken, binnen de jeugdhulpvoorziening. Wij adviseren u te overwegen of een mogelijke aanvulling kan zijn het beschrijven van het beoogde resultaat, wat ook in de modelverordening vermeld staat.
Lid 1. f Het bevreemd ons dat de kosten van de voorziening in de beschikking worden genoemd. Wij adviseren na te gaan welke impact dit heeft op ouders en/of jeugdigen.

Artikel XX Toekenning of weigering voorziening in de vorm van een pgb

Lid 2.a: wij adviseren de zin “de jeugdigen en zijn ouders zich gemotiveerd….” Te wijzigen in “de jeugdigen of zijn ouders”, zoals ook in de modelverordening staat. Een jeugdige kan vaak geen keuze hierin maken.
Tevens vragen wij ons af waarom “door het college gecontracteerde aanbieder” (vanuit de modelverordening) is gewijzigd in “jeugdhulpaanbieder”.

Artikel XX verantwoording PGB

Lid 3 en 5. De cliëntenraad is zeer verheugd te lezen dat het pgb aangewend mag worden voor een mantelzorgvergoeding en een lidmaatschap van een belangenvereniging. Tevens dat e een verantwoordingsvrij bedrag wordt ingesteld waardoor er een aansluiting ontstaat bij de WLZ.

Lid 4. Er staat hier dat het pgb niet mag worden aangewend voor begeleidingskosten. Gezien er wel degelijk pgb is voor begeleiding, gaan wij er vanuit dat er met begeleidingskosten wat anders bedoeld wordt. Wij adviseren u deze term uit te leggen of te verwijderen gezien deze ook niet voorkomt in de modelverordening.

 

Artikel XX. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking, terugvordering en opschorting.

Lid 5 d: Wij vragen ons af wat er gebeurt als de jeugdige wel voldoet aan de voorwaarden en zijn ouders niet.

Lid 5 e: Wij maken ons zorgen in het geval van (dreigende) overbelasting. Wij adviseren eerst goed te overleggen met het gezin voordat er iets wordt ingetrokken. Wellicht is een dreigende overbelasting toch beter dan het stoppen van de zorg.

Lid 5 h: Wij adviseren hier een redelijke termijn te noemen gezien het opnieuw opstarten van jeugdhulp na bijvoorbeeld een ziekenhuisopname geen makkelijke zaak is.

Artikel XX. Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik

In de modelverordening staat het volgende: “3. het college draagt zorg voor een meldpunt waar signalen over oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld in het kader van uitvoering van de wet.” Wij zien graag een dergelijk meldpunt en vragen ons af waarom alle artikelen over een meldpunt uit de modelverordening niet zijn overgenomen.

Artikel XX. Afbakening aanspraken op Jeugdwet en Wet Langdurige Zorg (WLZ)

Lid 1. De gemeente heeft een zorgplicht. Dat betekent dat zij tijdig passende hulp moet bieden, ook als er al, of nog niet, een aanvraag voor de WLZ is gedaan. Gemeente moet dus wel overgaan tot een individuele voorziening totdat de WLZ is toegekend. Wij adviseren u dit toe te voegen.

Artikel XX Bezwaarschrift beschikking Jeugdhulp en beschikking PGB

Wij adviseren u de rechten van ouders en/of de jeugdige om bezwaar te maken op te nemen. Hieraan toevoegen dat ouders en/of de jeugdige hierbij gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning.

Hoofdstuk 8. uit de modelverordening VNG, Waarborgen Verhouding Prijs en Kwaliteit Dit hoofdstuk is niet meegenomen in de verordening van de gemeente Lelystad. Wij zijn benieuwd naar de reden hiervan.

Hoofdstuk 9. uit de modelverordening VNG Klachten en Medezeggenschap is niet opgenomen in de verordening gemeente Lelystad.

Aangezien het college de toegang tot jeugdhulp, het onderzoek en de oordeelsvorming heeft neergelegd bij Jeugd Lelystad (JEL) en er vanuit gaande dat deze zelf een klachtenregeling hanteert, zien wij het college als eindverantwoordelijke. Mogelijk kan er in de verordening verwezen worden naar de klachtenregeling van Jeugd Lelystad.

Artikel XX. Inspraak inwoners

Lid 1. U spreekt over de Verordening participatieraad gemeente Lelystad. Naar onze mening bestaat deze niet. Bedoelt u wellicht de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2019?

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 32 binnen de modelverordening VNG is het Hoofdstuk Evaluatie en is niet opgenomen in de verordening van Lelystad.

Wij vinden het van groot belang dat het gevoerde beleid regelmatig wordt geëvalueerd op doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk en indien wenselijk worden bijgesteld. Wij adviseren u het hoofdstuk Evaluatie uit de Modelverordening alsnog op te nemen. De cliëntenraad zou te zijner tijd deze verslaglegging gaarne willen ontvangen.

Hieronder vindt u onze reacties en adviezen op de concept Toelichting bij de Verordening Jeugdhulp 2025 Lelystad

In de toelichting bij “toegang jeugdhulp via de huisarts…..” staat in de modelverordening dat de artsen en de gemeentelijke toegang goed van elkaar op de hoogte moeten zijn van de doorverwijzing of behandeling van een kind, zodat de integrale benadering rond het kind en het principe van 1 gezin – 1 regisseur – 1 plan, met name bij meervoudige problematiek, kan worden geborgd en er geen nieuwe ‘verkokering’ zal plaatsvinden, waarbij professionals niet goed van elkaar weten dat zij bij het gezin betrokken zijn. In de Memorie van Toelichting staat t.a.v. artikel 2.1: “Onderdeel f ziet op de gedachte één gezin, één plan, één regisseur. Indien er sprake is van multiproblematiek op meerdere sociale vlakken, zoals bijvoorbeeld opgroei- en opvoedproblematiek, financiële problemen, problemen met huisvesting, dienen de jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering zoveel mogelijk integraal en in samenhang met andere hulp te worden verleend. Door ontschotting van budgetten ontstaan meer mogelijkheden voor betere samenwerking en innovaties in ondersteuning, hulp en zorg aan jeugd en gezinnen.”
Wij vinden dit zeer belangrijke punten en adviseren u deze uitgangspunten op te nemen in de verordening, dan wel de toelichting inclusief de uitwerking hiervan.
In de toelichting van de modelverordening staat het volgende: “….Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord. Hiermee wordt artikel 12, van het Verdrag inzake de rechten van het kind in acht genomen. Op grond van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst mogen jeugdigen vanaf 16 jaar over de eigen behandeling een beslissing nemen en is het mede afhankelijk van de wens van de jongere of de ouders al dan niet geïnformeerd mogen worden door de behandelaar.” U heeft deze passage niet opgenomen. Wij adviseren u in de verordening toe te voegen dat de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord wordt en het overige deel van deze passage in de toelichting te zetten.

 

Artikel XX Kinderopvang en buitenschoolse opvang

In de toelichting is opgenomen: “Deze bepaling laat onverlet dat het college daarnaast verschillende vormen van dagbesteding beschikbaar kan hebben gesteld, waaronder het medisch kinderdagverblijf, een kinderdagcentrum of een zorgboerderij.” In de modelverordening is hierbij nog een BSO+ aan toegevoegd. Wij vragen ons af waarom deze niet is overgenomen, of Lelystad deze niet heeft en zo nee, of daar wel eens onderzoek naar gedaan is.

Hoogte pgb

Eerste en tweede lid. Hier wordt gesproken over tarieven voor informele en formele hulp, waarbij wordt aangegeven dat dit aansluit bij de systematiek die binnen de WLZ en ZVW wordt gehanteerd. Dit is onjuist. In de genoemde wetten is weliswaar ook een differentiatie in tarieven maar het informele tarief is niet op basis van het wettelijk minimumloon. In de WLZ is het tarief voor informele hulp momenteel €25,65 en in de ZVW €29,52. In ons advies uit 2021 inzake de Verordening en beleids- en nadere regels, hebben wij een pleidooi gehouden voor een zorgvuldig pgb beleid waarin we hebben geadviseerd om het informele PGB tarief te verhogen en aan te sluiten bij de WLZ of de ZVW. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat hulpvragers sneller gaan kiezen voor goede zorgverleners met een informeel tarief dan voor zorgverleners met een veel hoger tarief of de keus maken voor duurdere ZiN.
Er wordt vaak vanuit gegaan dat het informeel tarief voor naasten geldt. Er is echter nog een groep waarvoor het informele tarief toegepast kan worden, namelijk de hulpverleners die een overeenkomst hebben met de hulpvrager. Zij zijn geen naasten van de hulpvrager. Het is dan ook onjuist om te zeggen dat informele hulp alleen naasten betreft. Dat er vaak alleen mensen uit het sociale netwerk voor dit informele tarief werken, wordt veroorzaakt door het te lage uurloon voor de beroepsmatige hulpverleners die niet onder de criteria van formele zorgverleners vallen (BIG geregistreerd of hbo geschoold (SKJ)). Wederom adviseren wij u om voor het informele tarief aan te sluiten bij de WLZ en de ZVW. Overigens is ons bekend dat sommige gemeenten ervoor hebben gekozen om drie afzonderlijke pgb-tarieven te hanteren.

 

Artikel XX onderscheid formele en informele hulp

“Professionals die hulp verlenen – ook vanuit een pgb – moeten geregistreerd zijn in het SKJ of BIG .“ Veel van de hulpverleners binnen de jeugdwet zijn begeleiders. Dat betekent dat begeleiders op mbo-niveau niet als professional gezien worden. Deze hebben nl. geen BIG registratie maar kunnen ook niet bij het SKJ zijn geregistreerd gezien zij geen hbo-opleiding hebben. Wij denken dat veel van het werk binnen de jeugdhulp prima door mbo-ers gedaan kan worden en pleiten er dan ook voor om te zorgen dat deze groep professionals, juist bij de huidige krappe arbeidsmarkt, de mogelijkheid hebben om binnen de jeugdwet hun werkzaamheden kunnen uitvoeren, met bijbehorende bezoldiging. Dit wordt ook bevestigd door wat in de Memorie van Toelichting staat: “In veel gevallen kunnen en zullen jeugdhulpaanbieders ervoor kiezen ook niet geregistreerd personeel in te schakelen. Een goed voorbeeld is de toedeling van werkzaamheden voor activiteitenbegeleiding. De functie van activiteitenbegeleider is een functie op mbo-niveau. Het valt niet in te zien dat de activiteitenbegeleiding van mindere kwaliteit zou zijn wanneer die wordt geboden door een daarvoor opgeleide mbo’er in plaats van door een niet speciaal daarvoor opgeleide geregistreerde jeugdprofessional {hbo)”. Wellicht is de eerder genoemde verhoging van het informele tarief of een 3e tarief een uitkomst hiervoor.

Graag ontvangen wij uw reactie op ons advies.
Wij zijn altijd bereid toelichting te geven en u van nader advies te voorzien.

Hoogachtend en met vriendelijke groet,
Namens de Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad,