Gevraagd advies Verordening Jeugdhulp Lelystad 2025
23 mei 2025
Van Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad
Geacht college,
Aan onze raad is gevraagd een advies uit te brengen op de nieuwe Verordening Jeugdhulp 2025 Lelystad. Wij hebben begrepen dat deze Verordening is gebaseerd op de Modelverordening Jeugdhulp die in 2024 is opgesteld door de VNG.
Deze VNG Modelverordening is opgesteld omdat de uitgaven aan jeugdhulp blijven stijgen en daarmee de gemeentefinanciën onder druk staan. Daarnaast moest er juridisch gereageerd worden op een aantal uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Ook vroegen gemeenten om een meer gebruiksvriendelijke en beter uitvoerbare versie.
Ook de gemeente Lelystad heeft hiermee te maken. Het lijkt ons daarom logisch dat de VNG Modelverordening als basisdocument wordt gebruikt.
De gemeente Lelystad heeft de verantwoordelijkheid voor het aanbieden van goede en toegankelijke jeugdhulp. Wij adviseren daaraan toe te voegen: het beleid en de uitvoering is gericht op preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De gemeente moet de toegang tot goede zorgvoorzieningen waarborgen.
Artikel 2.3 van de Jeugdwet geeft aan dat het college een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening waarborgt. Wij adviseren u te benoemen wanneer iemand als deskundige hierin wordt aangemerkt.
Hieronder vindt u onze reacties en adviezen op de concept Verordening Jeugdhulp 2025 Lelystad
Hoofdstuk 1 Begrippen
Wij adviseren u enkele begrippen aan te passen.
Draagkracht: Wij adviseren om bij dit begrip duidelijker te benoemen wat ‘andere huisgenoten’ inhoudt. Er zijn diverse situaties denkbaar waarbij eventuele huisgenoten geen gebruikelijke zorg hoeven te verlenen aan een jeugdige, zoals bijvoorbeeld een inwonende student of vluchteling. Ook hebben wij speciale zorgen inzake de draagkracht van minderjarigen en studerende jongvolwassenen. Wij adviseren u deze groepen niet mee te nemen in de beoordeling van de draagkracht van het gezin.
Tevens adviseren wij om de zin ‘Ook indien sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking.’ aan te vullen met ‘zolang het gebruikelijk zorg betreft.’ In dit kader adviseren wij ook de begrippen gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp te specificeren zoals de CRvB in diverse uitspraken heeft aangegeven.
Draaglast: wij adviseren om te specificeren wat er bedoeld wordt met ‘andere huisgenoten’.
Blz.3. Hoofdstuk 2 Vormen van Jeugdhulp
Onderdeel van de Lelystadse Verordening moet zijn een opgave en omschrijving van alle hulp die aan de jeugd geboden wordt. Ook bv vaktherapie behoort tot dit aanbod. Wij hebben begrepen dat hieraan gewerkt wordt en deze gegevens te zijner tijd in een bijlage zullen worden opgenomen na vaststelling door de gemeenteraad. De cliëntenraad zal zoals afgesproken tevens een adviesaanvraag ontvangen voor deze nieuwe inkoop en tevens betrokken worden voor input.
Artikel XX. Individuele voorziening
Lid 1. U bent voornemens in bijlage 1 de individuele voorzieningen die beschikbaar zijn gesteld te beschrijven. Tevens geeft u aan dat daarbij de maximale duur, frequentie en nadere kenmerken van deze voorzieningen zult weergeven. Zoals al eerder in ons advies Uitgangspunten Knoppenplan Jeugdzorg Lelystad en in de gesprekken inzake de bijlage van de wijziging van de Beleids- en nadere regels jeugdhulp Lelystad 2021 aangegeven is, heeft de cliëntenraad zorgen over het feit dat u daardoor op de stoel van de deskundige gaat zitten. Ons inziens kan alleen een behandelaar aangeven hoeveel sessies of behandelingen nodig zijn en met welke frequentie, gebaseerd op de specifieke situatie van de jeugdige of de ouder. Wij adviseren de individuele voorzieningen die beschikbaar zijn gesteld te beschrijven in de bijlage, maar de details zoals aangegeven aan de deskundigen over te laten.
Blz.3. Hoofdstuk 3 Toegang tot Jeugdhulpverlening
Wij adviseren u de eerste zin aan te vullen zoals in de Modelverordening:”….geen contract- of subsidierelatie heeft, behalve als er voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb verstrekking.”
Lid 4. In het kader van de Privacywet kun je ons inziens aan de jeugdhulpaanbieder geen verplichting stellen om medische gegevens te verstrekken, conform de AVG en de wet Jeugdzorg. Wij adviseren “medische” weg te laten. Daarnaast gaan we ervan uit dat er niet opnieuw onderzoek hoeft plaats te vinden door het college na een verwijzing door medici en een beoordeling van de jeugdhulpaanbieder welke jeugdhulp nodig is. Wij adviseren u ook vanwege op deze gronden geen medische gegevens te laten verstrekken, mede door ons advies bij Artikel XX. Individuele voorziening, Lid 1 (het niet op de stoel van de deskundige gaan zitten).
Blz.4. Artikel XX Toegang tot jeugdhulp via justitieel kader
Lid 1. Wij adviseren het woord rechter te vervangen door kinderrechter.
Lid 2. Wij adviseren het woord ‘van’ de gecertificeerde instelling te vervangen door ‘door’ de gecertificeerde instelling.
Lid 4. Wij zijn benieuwd welke nadere regels het college kan stellen over de toeleiding tot jeugdhulp via een gecertificeerde instelling. Wij adviseren dit als voorbeeld op te nemen.
Wij missen de inzet van spoedzorg bij crisissituaties binnen een gezin en/of bij jeugdige. Wij adviseren u aan te geven hoe deze crisisaanvraag tot hulp verloopt en hoe de beoordeling tot (vlotte) inzet van jeugdhulp plaatsvindt?
Artikel XX Toegang tot jeugdhulp via gemeente
Lid 1. Wij adviseren de regel aan te vullen met de volgende extra zin: Het college adviseert desgewenst ouders en/of de jeugdige over de beschikbare algemene voorzieningen. Tevens kan hierbij ondersteuning geboden worden door een gratis onafhankelijke cliëntondersteuner of vertrouwenspersoon
Lid 2. Wij adviseren het woord ‘dienen’ één keer te schrappen. Daarnaast adviseren wij u bovenaan het aanvraagformulier of in een bijbehorend schrijven de ouder op de hoogte te stellen dat ze voor het invullen gebruik kunnen maken van advies van een onafhankelijke (!) cliëntondersteuner. Het invullen van een aanvraagformulier is best ingewikkeld. Daarnaast kan de onafhankelijke cliëntondersteuner al een eerste stap binnen de triage vormgeven, waardoor er wellicht direct naar algemene voorzieningen gekeken kan worden.
Lid 4. Wij adviseren na te gaan op welke wijze de ouder en/of jeugdige bij de eerste aanvraag tot jeugdhulp een (behandel)plan of evaluatie kan aanleveren.
Lid 5. Wij adviseren op te nemen: Het college neemt het besluit op een aanvraag binnen acht weken na ontvangst
Blz. 5. Artikel XX Onderzoek
In de Jeugdwet staat: “Voor zover redelijkerwijs mogelijk, wordt de jeugdige en zijn ouders keuzevrijheid geboden met betrekking tot de activiteiten van jeugdhulp.” Wij adviseren u deze zin, dan wel de uitwerking daarvan, op te nemen in de verordening, gezien we deze dusdanig belangrijk vinden en nergens in de verordening tot stand lijkt te komen.
Lid 1. Wij ervaren te veel ruimte bij het beschrijven dat het onderzoek zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. Wij adviseren een aanvaardbare termijn specifiek te benoemen.
Lid 2: Wij adviseren u om “gratis cliëntondersteuning” te wijzigen in “gratis onafhankelijke cliëntondersteuning” Lid 3. In de modelverordening wordt aangegeven dat ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan gevraagd kan worden, naast dat gesproken wordt over de vertrouwenspersoon en de cliëntondersteuning.
Wij adviseren om de tekst bij lid 3 te wijzigen in: Voordat het onderzoek van start gaat kunnen de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordigers het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen hiervan op de hoogte en stelt hen in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familieplan.
Lid 4. Ons inziens is de inzet van de GIZ methodiek een hulpmiddel om tot een goede beoordeling te komen. Wij vragen ons af of deze methodiek in de verordening dient te worden beschreven. Het is ons niet bekend of de gecertificeerde instellingen van de GIZ methodiek gebruik maken.
Lid 8 b. In de modelverordening wordt gesproken over opgroei- en opvoedingsproblemen en/of psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen. Wij vragen ons af waarom dit voor een groot gedeelte uit de verordening is gehaald en adviseren u deze weer toe te voegen met tevens een vermelding naar artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Lid 8.c Gaat over welke zorg gebruikelijk is om te groeien naar zelfredzaamheid, maar ook welke zorg overstijgend dus bovengebruikelijk is vanwege een handicap of beperking van de jeugdige. Wij adviseren bij de beoordeling hiervan gebruik te maken van hoofdstuk 4 van de Beleidsregels indicatiestelling WLZ 2025.
Lid 8. Wij vragen ons af, met welke reden de regel tussen c. en d. is vervallen zoals in de modelverordening van de VNG staat beschreven. Het betreft de zin: rekening houdend met de godsdienst, levensovertuiging en culturele achtergrond van de ouder en/of jeugdige. In de toelichting staat dit punt wel vermeld, maar gezien de grote diversiteit binnen de inwoners van Lelystad, adviseren wij u de zin uit de modelverordening VNG ook hier te gebruiken.
Lid 8. De cliëntenraad is een groot voorstander van domeinoverstijgend werken en denken. In de modelverordening van de VNG staat: lid 8.e indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Wij adviseren u deze zin ook op te nemen.
Blz.6. Artikel XX Niet meewerkende ouder(s)
Lid 2. Wij adviseren een aanvulling: indien het college van oordeel is dat noodzakelijke hulp voor de jeugdige nodig is (in onveilige situaties) en deze geen tot onvoldoende medewerking heeft vanuit de ouders en hierdoor geen beschikking kan worden verstrekt, dient het college de afwegingskader meldcode te gebruiken.
In de Memorie van Toelichting staat: ”De verantwoordelijkheid van de gemeente om een voorziening te treffen ziet niet alleen op de jeugdhulp waar een jeugdige of zijn ouders zelf om verzoeken en die vrijwillig is, maar de gemeente is ook verantwoordelijk in die gevallen waarin een jeugdige of zijn ouders niet zelf met een verzoek of vraag komen, maar waarbij wel hulp wenselijk of noodzakelijk is en voor die vormen van jeugdhulp die verplicht zijn en waarvoor de jeugdrechter reeds een rechterlijke machtiging inzake jeugdhulp in gesloten setting (zowel een machtiging gesloten jeugdhulp als een machtiging op basis van de Wet bopz) heeft afgegeven of waarvoor een dergelijke rechterlijke beslissing gevraagd wordt. Het uitgangspunt blijft natuurlijk dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien allereerst bij de ouders en de jeugdige ligt en hier een terughoudende houding van de overheid past die ondersteuning biedt daar waar dit gevraagd wordt. Maar in sommige gevallen zal een meer proactieve rol van de overheid nodig zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan situaties waarbij de ouders of de jeugdige zich zelf niet bewust zijn van het feit dat ze ondersteuning of zorg nodig hebben, maar waarbij de buurvrouw zo haar twijfels heeft over de opvoeding van het buurkind en daar de gemeente op wil attenderen. Daarvoor zal de gemeente een voorziening moeten treffen, bijvoorbeeld in de vorm van een meldpunt. De gemeente zal hiertoe de mogelijkheid moeten bieden. Ook de gevallen waarbij de ouders of het kind geen ondersteuning willen, terwijl dit wel wenselijk of zelfs noodzakelijk is, denk aan gevallen van kindermishandeling of verwaarlozing vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.”
Wij adviseren u rekening te houden met de diverse situaties waar hier aandacht voor wordt gevraagd. Niet ingrijpen kan uiteindelijk niet alleen duurder zijn, maar ook schadelijk voor de kinderen.
Artikel XX Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming
Wij adviseren in de verordening op te nemen dat de advisering over besluitvorming, de besluitvorming zelf en de uitvoering daarvan niet in één hand mogen liggen en dus niet door één en hetzelfde orgaan mogen worden verricht, conform de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Artikel XX Onderzoeksrapport
Wij adviseren u om Lid 4. hieraan toe te voegen. Het definitieve onderzoeksrapport wordt ondertekend door de ouders en/of de jeugdige boven de 16 jaar.
Blz.7. Artikel XX Criteria voor toekenning van een individuele voorziening
Lid 1. Een hele lange zin, waardoor het niet lekker leest. Wij adviseren op te nemen: Jeugdhulp is toegankelijk na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist of de jeugdarts. Daarnaast komt de jeugdige of de ouder bij toegang via de gemeente voor een individuele voorziening in aanmerking als onderzoek door het college duidelijk maakt dat jeugdhulp nodig is bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen als bedoelt in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Zeker als de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, terwijl gebruikmaking van een andere of algemene voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Lid 2. U schrijft, als de oorzaak van de hulpvraag is gelegen in de problematiek van de ouder(s) bijvoorbeeld vanwege lichamelijke handicap of psychosociale problematiek, dan valt dit niet onder jeugdhulp. Wij adviseren u na te gaan op welke wijze wordt onderzocht of deze ouder problematiek een onveilige situatie voor de jeugdige met zich meebrengt. Tevens adviseren wij u deze zin beter vorm te geven gezien je het op verschillende manieren kunt interpreteren. Dit onderdeel is in de modelverordening duidelijker vormgegeven: “7. In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening.
8. Het voorgaande lid is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin.” Wij adviseren deze uitleg op te nemen. Daarnaast adviseren wij u om in situaties waarin sprake is van een vechtscheiding, hulp voor de betrokken kinderen toe te kennen.
Verder heeft u in lid 2 factoren benoemd waar bij voor de beoordeling van het al of niet verstrekken van jeugdhulp rekening mee moet worden gehouden. In het verleden zijn er veel interpretatieproblemen ontstaan bij de toegang. Wij adviseren dan ook om aan te sluiten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit hoofdstuk 4 van de beleidsregels indicatiestelling WLZ 2025.
Daarnaast schrijft de Jeugdwet voor dat de gemeente de taak heeft het opvoedingsklimaat in gezinnen te versterken. Deze jeugdhulp kan worden ingezet door het bevorderen van de opvoedvaardigheden van ouders, waarbij de beschikking op naam komt van de ouder. Wij adviseren u om deze mogelijkheid duidelijk in de verordening te verwoorden.
Wij gaan er vanuit dat bij het toekennen van een individuele voorziening soms geen passend aanbod gevonden kan worden bij hetgeen de jeugdige nodig heeft om zijn ontwikkeling en/of gedrag te stimuleren. Wij adviseren dan ook om de mogelijkheid tot maatwerk in dit artikel op te nemen, indien vrij toegankelijke voorzieningen niet toereikend zijn. Wij zijn van mening dat niet moet worden uitgegaan alleen van de goedkoopste adequate tijdig beschikbare voorziening maar tevens moet worden voorzien dat deze effectief is. Dat wordt ook benadrukt in de Memorie van Toelichting (“De beoordeling of een jeugdige of een ouder een voorziening nodig heeft en welke voorziening hij nodig heeft, dient plaats te vinden door een deskundige en zal gebaseerd dienen te zijn op zorginhoudelijke gronden. Budgettaire overwegingen kunnen hierin niet maatgevend zijn.” )
Blz.8. Artikel XX Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Lid 5. b Hierin wordt beschreven dat de hulpvraag een periode van minder dan zes maanden bedraagt, met uitzondering van behandeling. Binnen de wet op de Jeugdzorg staat geen termijn van zes maanden beschreven. Wij vragen ons af op basis van welke overwegingen het college deze termijn hanteert, aangezien in de Memorie van Toelichting kortdurende zorgsituaties van minder dan drie maanden als gebruikelijke zorg worden aangemerkt.
Lid 6a. In de modelovereenkomst wordt gesproken over ‘geobjectiveerde beperkingen’ in plaats van
‘vastgestelde beperkingen’. In uw toelichting staat het volgende hierover: “Bij beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden (sub a) moet het gaan om vastgestelde beperkingen. Hierbij kan worden gedacht aan beperkingen die zijn vastgesteld door een arts, psycholoog of ***.” Het lijkt ons niet de bedoeling om eerst een onderzoek te doen om vast te laten stellen of de ouder een beperking heeft waardoor deze tekortschiet. Wij adviseren om ‘geobjectiveerd’ te laten staan en de zinssnede uit de toelichting te verwijderen. Het kan niet zo zijn dat als beperkingen van ouders niet zijn gediagnostiseerd, er daarom geen jeugdhulp kan worden ingezet omdat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) wel te kort schiet maar niet is vastgesteld, danwel dat ouders de toegang tot haar/zijn medische gegevens heeft geweigerd.
Lid 7d: de cliëntenraad vindt het goed om te kijken of ouders zelf hulp kunnen bieden. Echter dit voorbeeld gaat vaak over bovengebruikelijke zorg waarbij ons inziens een andere in schatting gemaakt moet worden. Je kunt hierbij dus niet zomaar aangeven dat er geen jeugdhulp kan worden ingeschakeld of dat deze zorg
‘geboden dient te worden’ door ouders of netwerk.
Laatste alinea na Lid 8. “Dit geldt ook bij gescheiden ouders.” Wij adviseren dit te verruimen naar: “……ouders, tenzij dit een onevenredige belasting vormt voor het gezin, de andere ouder feitelijk niet beschikbaar/buiten beeld is of wanneer de reistijd en/of reiskosten in redelijkheid niet van hem of haar kunnen worden gevraagd.
Wij adviseren het Artikel 13 Vaktherapie, vanuit de Modelverordening van de VNG, op te nemen in de Verordening van de gemeente Lelystad. Deze vaktherapeutische behandelvormen kunnen alleen vanuit de wet worden ingezet naar het oordeel van het college. Verschillende behandelvormen kunnen positief bijdragen als er geen alternatief beschikbaar is of als oplossing bij een lange wachttijd voor een hulpvoorziening.
Blz.10 XX Inhoud beschikking
Lid 1. c Wij begrijpen dat de beschikking volstaat met benoeming welke voorziening de jeugdhulp gaat bieden, echter gaat ons inziens het college niet over de inhoud, het methodisch werken, binnen de jeugdhulpvoorziening. Wij adviseren u te overwegen of een mogelijke aanvulling kan zijn het beschrijven van het beoogde resultaat, wat ook in de modelverordening vermeld staat.
Lid 1. f Het bevreemd ons dat de kosten van de voorziening in de beschikking worden genoemd. Wij adviseren na te gaan welke impact dit heeft op ouders en/of jeugdigen.
Artikel XX Toekenning of weigering voorziening in de vorm van een pgb
Lid 2.a: wij adviseren de zin “de jeugdigen en zijn ouders zich gemotiveerd….” Te wijzigen in “de jeugdigen of zijn ouders”, zoals ook in de modelverordening staat. Een jeugdige kan vaak geen keuze hierin maken.
Tevens vragen wij ons af waarom “door het college gecontracteerde aanbieder” (vanuit de modelverordening) is gewijzigd in “jeugdhulpaanbieder”.
Artikel XX verantwoording PGB
Lid 3 en 5. De cliëntenraad is zeer verheugd te lezen dat het pgb aangewend mag worden voor een mantelzorgvergoeding en een lidmaatschap van een belangenvereniging. Tevens dat e een verantwoordingsvrij bedrag wordt ingesteld waardoor er een aansluiting ontstaat bij de WLZ.
Lid 4. Er staat hier dat het pgb niet mag worden aangewend voor begeleidingskosten. Gezien er wel degelijk pgb is voor begeleiding, gaan wij er vanuit dat er met begeleidingskosten wat anders bedoeld wordt. Wij adviseren u deze term uit te leggen of te verwijderen gezien deze ook niet voorkomt in de modelverordening.
Artikel XX. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking, terugvordering en opschorting.
Lid 5 d: Wij vragen ons af wat er gebeurt als de jeugdige wel voldoet aan de voorwaarden en zijn ouders niet.
Lid 5 e: Wij maken ons zorgen in het geval van (dreigende) overbelasting. Wij adviseren eerst goed te overleggen met het gezin voordat er iets wordt ingetrokken. Wellicht is een dreigende overbelasting toch beter dan het stoppen van de zorg.
Lid 5 h: Wij adviseren hier een redelijke termijn te noemen gezien het opnieuw opstarten van jeugdhulp na bijvoorbeeld een ziekenhuisopname geen makkelijke zaak is.
Artikel XX. Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik
In de modelverordening staat het volgende: “3. het college draagt zorg voor een meldpunt waar signalen over oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld in het kader van uitvoering van de wet.” Wij zien graag een dergelijk meldpunt en vragen ons af waarom alle artikelen over een meldpunt uit de modelverordening niet zijn overgenomen.
Artikel XX. Afbakening aanspraken op Jeugdwet en Wet Langdurige Zorg (WLZ)
Lid 1. De gemeente heeft een zorgplicht. Dat betekent dat zij tijdig passende hulp moet bieden, ook als er al, of nog niet, een aanvraag voor de WLZ is gedaan. Gemeente moet dus wel overgaan tot een individuele voorziening totdat de WLZ is toegekend. Wij adviseren u dit toe te voegen.
Artikel XX Bezwaarschrift beschikking Jeugdhulp en beschikking PGB
Wij adviseren u de rechten van ouders en/of de jeugdige om bezwaar te maken op te nemen. Hieraan toevoegen dat ouders en/of de jeugdige hierbij gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning.
Hoofdstuk 8. uit de modelverordening VNG, Waarborgen Verhouding Prijs en Kwaliteit Dit hoofdstuk is niet meegenomen in de verordening van de gemeente Lelystad. Wij zijn benieuwd naar de reden hiervan.
Hoofdstuk 9. uit de modelverordening VNG Klachten en Medezeggenschap is niet opgenomen in de verordening gemeente Lelystad.
Aangezien het college de toegang tot jeugdhulp, het onderzoek en de oordeelsvorming heeft neergelegd bij Jeugd Lelystad (JEL) en er vanuit gaande dat deze zelf een klachtenregeling hanteert, zien wij het college als eindverantwoordelijke. Mogelijk kan er in de verordening verwezen worden naar de klachtenregeling van Jeugd Lelystad.
Artikel XX. Inspraak inwoners
Lid 1. U spreekt over de Verordening participatieraad gemeente Lelystad. Naar onze mening bestaat deze niet. Bedoelt u wellicht de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2019?
Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Artikel 32 binnen de modelverordening VNG is het Hoofdstuk Evaluatie en is niet opgenomen in de verordening van Lelystad.
Wij vinden het van groot belang dat het gevoerde beleid regelmatig wordt geëvalueerd op doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk en indien wenselijk worden bijgesteld. Wij adviseren u het hoofdstuk Evaluatie uit de Modelverordening alsnog op te nemen. De cliëntenraad zou te zijner tijd deze verslaglegging gaarne willen ontvangen.
Hieronder vindt u onze reacties en adviezen op de concept Toelichting bij de Verordening Jeugdhulp 2025 Lelystad
In de toelichting bij “toegang jeugdhulp via de huisarts…..” staat in de modelverordening dat de artsen en de gemeentelijke toegang goed van elkaar op de hoogte moeten zijn van de doorverwijzing of behandeling van een kind, zodat de integrale benadering rond het kind en het principe van 1 gezin – 1 regisseur – 1 plan, met name bij meervoudige problematiek, kan worden geborgd en er geen nieuwe ‘verkokering’ zal plaatsvinden, waarbij professionals niet goed van elkaar weten dat zij bij het gezin betrokken zijn. In de Memorie van Toelichting staat t.a.v. artikel 2.1: “Onderdeel f ziet op de gedachte één gezin, één plan, één regisseur. Indien er sprake is van multiproblematiek op meerdere sociale vlakken, zoals bijvoorbeeld opgroei- en opvoedproblematiek, financiële problemen, problemen met huisvesting, dienen de jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering zoveel mogelijk integraal en in samenhang met andere hulp te worden verleend. Door ontschotting van budgetten ontstaan meer mogelijkheden voor betere samenwerking en innovaties in ondersteuning, hulp en zorg aan jeugd en gezinnen.”
Wij vinden dit zeer belangrijke punten en adviseren u deze uitgangspunten op te nemen in de verordening, dan wel de toelichting inclusief de uitwerking hiervan.
In de toelichting van de modelverordening staat het volgende: “….Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord. Hiermee wordt artikel 12, van het Verdrag inzake de rechten van het kind in acht genomen. Op grond van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst mogen jeugdigen vanaf 16 jaar over de eigen behandeling een beslissing nemen en is het mede afhankelijk van de wens van de jongere of de ouders al dan niet geïnformeerd mogen worden door de behandelaar.” U heeft deze passage niet opgenomen. Wij adviseren u in de verordening toe te voegen dat de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord wordt en het overige deel van deze passage in de toelichting te zetten.
Artikel XX Kinderopvang en buitenschoolse opvang
In de toelichting is opgenomen: “Deze bepaling laat onverlet dat het college daarnaast verschillende vormen van dagbesteding beschikbaar kan hebben gesteld, waaronder het medisch kinderdagverblijf, een kinderdagcentrum of een zorgboerderij.” In de modelverordening is hierbij nog een BSO+ aan toegevoegd. Wij vragen ons af waarom deze niet is overgenomen, of Lelystad deze niet heeft en zo nee, of daar wel eens onderzoek naar gedaan is.
Hoogte pgb
Eerste en tweede lid. Hier wordt gesproken over tarieven voor informele en formele hulp, waarbij wordt aangegeven dat dit aansluit bij de systematiek die binnen de WLZ en ZVW wordt gehanteerd. Dit is onjuist. In de genoemde wetten is weliswaar ook een differentiatie in tarieven maar het informele tarief is niet op basis van het wettelijk minimumloon. In de WLZ is het tarief voor informele hulp momenteel €25,65 en in de ZVW €29,52. In ons advies uit 2021 inzake de Verordening en beleids- en nadere regels, hebben wij een pleidooi gehouden voor een zorgvuldig pgb beleid waarin we hebben geadviseerd om het informele PGB tarief te verhogen en aan te sluiten bij de WLZ of de ZVW. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat hulpvragers sneller gaan kiezen voor goede zorgverleners met een informeel tarief dan voor zorgverleners met een veel hoger tarief of de keus maken voor duurdere ZiN.
Er wordt vaak vanuit gegaan dat het informeel tarief voor naasten geldt. Er is echter nog een groep waarvoor het informele tarief toegepast kan worden, namelijk de hulpverleners die een overeenkomst hebben met de hulpvrager. Zij zijn geen naasten van de hulpvrager. Het is dan ook onjuist om te zeggen dat informele hulp alleen naasten betreft. Dat er vaak alleen mensen uit het sociale netwerk voor dit informele tarief werken, wordt veroorzaakt door het te lage uurloon voor de beroepsmatige hulpverleners die niet onder de criteria van formele zorgverleners vallen (BIG geregistreerd of hbo geschoold (SKJ)). Wederom adviseren wij u om voor het informele tarief aan te sluiten bij de WLZ en de ZVW. Overigens is ons bekend dat sommige gemeenten ervoor hebben gekozen om drie afzonderlijke pgb-tarieven te hanteren.
Artikel XX onderscheid formele en informele hulp
“Professionals die hulp verlenen – ook vanuit een pgb – moeten geregistreerd zijn in het SKJ of BIG .“ Veel van de hulpverleners binnen de jeugdwet zijn begeleiders. Dat betekent dat begeleiders op mbo-niveau niet als professional gezien worden. Deze hebben nl. geen BIG registratie maar kunnen ook niet bij het SKJ zijn geregistreerd gezien zij geen hbo-opleiding hebben. Wij denken dat veel van het werk binnen de jeugdhulp prima door mbo-ers gedaan kan worden en pleiten er dan ook voor om te zorgen dat deze groep professionals, juist bij de huidige krappe arbeidsmarkt, de mogelijkheid hebben om binnen de jeugdwet hun werkzaamheden kunnen uitvoeren, met bijbehorende bezoldiging. Dit wordt ook bevestigd door wat in de Memorie van Toelichting staat: “In veel gevallen kunnen en zullen jeugdhulpaanbieders ervoor kiezen ook niet geregistreerd personeel in te schakelen. Een goed voorbeeld is de toedeling van werkzaamheden voor activiteitenbegeleiding. De functie van activiteitenbegeleider is een functie op mbo-niveau. Het valt niet in te zien dat de activiteitenbegeleiding van mindere kwaliteit zou zijn wanneer die wordt geboden door een daarvoor opgeleide mbo’er in plaats van door een niet speciaal daarvoor opgeleide geregistreerde jeugdprofessional {hbo)”. Wellicht is de eerder genoemde verhoging van het informele tarief of een 3e tarief een uitkomst hiervoor.
Graag ontvangen wij uw reactie op ons advies.
Wij zijn altijd bereid toelichting te geven en u van nader advies te voorzien.
Hoogachtend en met vriendelijke groet,
Namens de Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad,
Reactie College
26-05-2025 Advies Verordening Jeugdhulp Lelystad 2025
Geachte Cliëntenraad,
Hartelijk dank voor uw advies op de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2025 en de toelichting. Allereerst willen wij onze waardering uitspreken voor het uitgebreid en zorgvuldig advies. Dit heeft veel tijd en inspanning van u gevraagd. Naar aanleiding van het advies hebben wij zorgvuldig onderzocht of en welke van de door u aangedragen aanpassingen mogelijk zijn.
Wij kunnen u melden dat een aantal voorstellen zijn overgenomen, anderen komen overeen met wijzigingen die wij na afstemming met andere afdelingen zoals juridische zaken en bezwaar en beroep reeds hebben aangebracht. Om de afgesproken adviesperiode van 6 weken in acht te nemen hebben wij u een versie (d.d. 30 april) gestuurd die nog niet helemaal was afgestemd en niet genummerd.
Een aantal suggesties hebben wij niet overgenomen. Wij hebben ervoor gekozen om zaken die elders al geregeld zijn (zoals in wetgeving) niet op te nemen in deze verordening.
In de bijlage vindt u de concept Verordening Jeugdhulp Lelystad 2025 die het college aan de raad heeft aangeboden.
Wij hebben hierna per onderdeel (in blauw) onze reactie gegeven. Daarbij is aangegeven wat ons antwoord is c.q. wat wij met uw advies hebben gedaan. Voor het gemak hebben we de artikelen genummerd, zodat het makkelijker terug te vinden is in de voorliggende verordening.
Advies Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad
Aan onze raad is gevraagd een advies uit te brengen op de nieuwe Verordening Jeugdhulp 2025 Lelystad. Wij hebben begrepen dat deze Verordening is gebaseerd op de Modelverordening Jeugdhulp die in 2024 is opgesteld door de VNG.
Deze VNG Modelverordening is opgesteld omdat de uitgaven aan jeugdhulp blijven stijgen en daarmee de gemeentefinanciën onder druk staan. Daarnaast moest er juridisch gereageerd worden op een aantal uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Ook vroegen gemeenten om een meer gebruiksvriendelijke en beter uitvoerbare versie.
Ook de gemeente Lelystad heeft hiermee te maken. Het lijkt ons daarom logisch dat de VNG
Modelverordening als basisdocument wordt gebruikt.
De gemeente Lelystad heeft de verantwoordelijkheid voor het aanbieden van goede en toegankelijke jeugdhulp. Wij adviseren daaraan toe te voegen: het beleid en de uitvoering is gericht op preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De gemeente moet de toegang tot goede zorgvoorzieningen waarborgen.
Reactie college
Wij hebben ervoor gekozen om zaken die elders al geregeld zijn (zoals in wetgeving) niet op te nemen in deze verordening. Bovenstaande zaken zijn geregeld in de Jeugdwet.
Artikel 2.3 van de Jeugdwet geeft aan dat het college een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening waarborgt. Wij adviseren u te benoemen wanneer iemand als deskundige hierin wordt aangemerkt.
Reactie college
Dit is geregeld in artikel 10. Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming.
Hieronder vindt u onze reacties en adviezen op de concept Verordening Jeugdhulp 2025 Lelystad
Blz. 1 Hoofdstuk 1 Begrippen
Wij adviseren u enkele begrippen aan te passen.
Draagkracht: Wij adviseren om bij dit begrip duidelijker te benoemen wat ‘andere huisgenoten’ inhoudt. Er zijn diverse situaties denkbaar waarbij eventuele huisgenoten geen gebruikelijke zorg hoeven te verlenen aan een jeugdige, zoals bijvoorbeeld een inwonende student of vluchteling. Ook hebben wij speciale zorgen inzake de draagkracht van minderjarigen en studerende jongvolwassenen. Wij adviseren u deze groepen niet mee te nemen in de beoordeling van de draagkracht van het gezin.
Tevens adviseren wij om de zin ‘Ook indien sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking.’ aan te vullen met ‘zolang het gebruikelijk zorg betreft.’ In dit kader adviseren wij ook de begrippen gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp te specificeren zoals de CRvB in diverse uitspraken heeft aangegeven.
Draaglast: wij adviseren om te specificeren wat er bedoeld wordt met ‘andere huisgenoten’.
Reactie college
De begrippen draagkracht en draaglast zijn uit artikel 1 van de verordening verwijderd, omdat ze in de rest van de verordening niet meer voorkomen. Verder hebben wij ervoor gekozen om de niet wettelijke begrippen ‘gebruikelijke hulp’ en ‘bovengebruikelijke hulp’ niet op te nemen of uit te werken. Maar in plaats daarvan de begrippen “eigen mogelijkheden” en “het probleemoplossend vermogen” te gebruiken.
Blz.3. Hoofdstuk 2 Vormen van Jeugdhulp
Onderdeel van de Lelystadse Verordening moet zijn een opgave en omschrijving van alle hulp die aan de jeugd geboden wordt. Ook bv vaktherapie behoort tot dit aanbod. Wij hebben begrepen dat hieraan gewerkt wordt en deze gegevens te zijner tijd in een bijlage zullen worden opgenomen na vaststelling door de gemeenteraad. De cliëntenraad zal zoals afgesproken tevens een adviesaanvraag ontvangen voor deze nieuwe inkoop en tevens betrokken worden voor input.
Reactie college
Het overzicht met de individuele voorzieningen (bijlage 1) is onderdeel van de Verordening Jeugdhulp en wordt gelijktijdig door de raad vastgesteld. U heeft advies gegeven op een versie van de verordening die alleen een opsomming van de individuele voorzieningen bevat en niet de uitgewerkte bijlage. In de vergadering van de werkgroep jeugd van de Cliëntenraad Sociaal Domein van 7 mei heeft de gemeente toegelicht voor de uitgewerkt bijlage het overzicht met de ingekochte jeugdhulp producten te gebruiken. Als basis hiervoor is bijlage 1 van de beleids- en nadere regels Jeugdhulp 2021 gebruikt. Deze bijlage is geactualiseerd met de aanbestedingen uit 2022 en 2024, zodat deze de product/perceelbeschrijvingen van de jeugdhulpvoorzieningen weergeeft die op dit moment zijn ingekocht.
Bij een nieuwe inkoop dient de Verordening Jeugdhulp aangepast te worden wanneer de ingekochte producten / perceelbeschrijvingen wijzigen. De Cliëntenraad Sociaal Domein zal om input worden gevraagd bij de nieuwe inkoop en heeft adviesrecht op de aangepaste Verordening als gevolg van de nieuwe inkoop.
Artikel 3. Individuele voorziening
Lid 1. U bent voornemens in bijlage 1 de individuele voorzieningen die beschikbaar zijn gesteld te beschrijven. Tevens geeft u aan dat daarbij de maximale duur, frequentie en nadere kenmerken van deze voorzieningen zult weergeven. Zoals al eerder in ons advies Uitgangspunten Knoppenplan Jeugdzorg Lelystad en in de gesprekken inzake de bijlage van de wijziging van de Beleids- en nadere regels jeugdhulp Lelystad 2021 aangegeven is, heeft de cliëntenraad zorgen over het feit dat u daardoor op de stoel van de deskundige gaat zitten. Ons inziens kan alleen een behandelaar aangeven hoeveel sessies of behandelingen nodig zijn en met welke frequentie, gebaseerd op de specifieke situatie van de jeugdige of de ouder. Wij adviseren de individuele voorzieningen die beschikbaar zijn gesteld te beschrijven in de bijlage, maar de details zoals aangegeven aan de deskundigen over te laten.
Reactie college
Gelet op de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 29 mei 2024 moet de raad omvang en frequentie van de beschikbare individuele voorzieningen in de verordening vaststellen. Op die manier wordt zowel voor de jeugdhulpaanbieder als de jeugdige of zijn ouders duidelijk wat de individuele voorzieningen (maximaal) inhouden. Het betreft kaders/benchmark: bepaalde individuele voorzieningen worden in beginsel slechts met een maximale frequentie en duur verstrekt. De professional krijgt nog steeds de bevoegdheid om aan te geven welke zorg nodig is. Omvang en aantal sessies worden bovendien gedefinieerd in de contracten met aanbieders. Daarover vindt aan de voorkant overleg plaats met aanbieders, in lijn met wat een methodiek vraagt. Dit wordt daarna overgenomen in de verordening. Als laatste biedt de verordening de mogelijkheid om in specifieke gevallen te kunnen afwijken.
Blz.3. Hoofdstuk 3 Toegang tot Jeugdhulpverlening
Wij adviseren u de eerste zin aan te vullen zoals in de Modelverordening:”….geen contract- of subsidierelatie heeft, behalve als er voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb verstrekking.”
Reactie college
Omdat het college bij een pgb aanvraag moet beoordelen of aan de verkrijging van een pgb gestelde voorwaarden is voldaan is een rechtstreekse aanvraag via Jeugd Lelystad praktischer. Dat is de reden waarom we in de verordening hebben opgenomen dat een huisarts, medisch specialist of jeugdarts alleen mogen verwijzen naar gecontracteerd aanbod en hebben we de zinsnede ”….geen contract- of subsidierelatie heeft, behalve als er voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb verstrekking.” Niet toegevoegd.
Lid 4. In het kader van de Privacywet kun je ons inziens aan de jeugdhulpaanbieder geen verplichting stellen om medische gegevens te verstrekken, conform de AVG en de wet Jeugdzorg. Wij adviseren “medische” weg te laten. Daarnaast gaan we ervan uit dat er niet opnieuw onderzoek hoeft plaats te vinden door het college na een verwijzing door medici en een beoordeling van de jeugdhulpaanbieder welke jeugdhulp nodig is. Wij adviseren u ook vanwege op deze gronden geen medische gegevens te laten verstrekken, mede door ons advies bij Artikel 3. Individuele voorziening, Lid 1 (het niet op de stoel van de deskundige gaan zitten).
Reactie college
Het voorstel om “medische” weg te laten komt overeen met een wijziging die wij na afstemming met juridische zaken reeds hebben aangebracht. Daarnaast is op aanwijzing van juridische zaken de zinsnede “zonder medische gegevens” toegevoegd aan verwijsbrief in een nieuw lid 5. Het oude artikel 3 lid 5 is vernummerd naar lid 6.
Blz.4. Artikel 6 Toegang tot jeugdhulp via justitieel kader
Lid 1. Wij adviseren het woord rechter te vervangen door kinderrechter.
Lid 2. Wij adviseren het woord ‘van’ de gecertificeerde instelling te vervangen door ‘door’ de gecertificeerde instelling.
Lid 4. Wij zijn benieuwd welke nadere regels het college kan stellen over de toeleiding tot jeugdhulp via een gecertificeerde instelling. Wij adviseren dit als voorbeeld op te nemen.
Wij missen de inzet van spoedzorg bij crisissituaties binnen een gezin en/of bij jeugdige. Wij adviseren u aan te geven hoe deze crisisaanvraag tot hulp verloopt en hoe de beoordeling tot (vlotte) inzet van jeugdhulp plaatsvindt?
Reactie college
Lid 1: Deze suggestie nemen we niet over. Het vervangen van rechter door kinderrechter is een verenging van de definitie. Het is mogelijk dat een rechter en niet een kinderrechter toch een jeugdbeschermingsmaatregel/jeugdreclassering oplegt. Denk bijvoorbeeld aan een 18-jarige die in een lopend strafrechtelijk proces toch als jeugdige wordt berecht. Veelal zit er dan wel een kinderrechter in de combinatie, maar dat geldt niet voor alle drie de rechters.
Lid 2: Bij de interne afstemming is ook geconstateerd dat deze zin niet loopt. Wij hebben de zinsnede “van de gecertificeerde instelling” geschrapt.
Lid 4: Een voorbeeld van een nadere regel is: de GI bepaalt dat er jeugdhulp nodig is en welke en verwijst naar de gemeente om de plek aan te wijzen.
Een gecertificeerde instelling (GI) kan de noodzaak/omvang van de jeugdhulp bepalen, maar bepaalt niet per definitie de plek. Het is logisch dat de gemeente wil toeleiden naar gecontracteerd aanbod.
Dit voorbeeld zullen wij toevoegen bij de toelichting bij de verordening.
U adviseert ons om aan te geven hoe de crisisaanvraag tot hulp verloopt. In artikel 7 lid 7 is opgenomen wat de route is in spoedeisende gevallen.
Artikel 7 Toegang tot jeugdhulp via gemeente
Lid 1. Wij adviseren de regel aan te vullen met de volgende extra zin: Het college adviseert desgewenst ouders en/of de jeugdige over de beschikbare algemene voorzieningen. Tevens kan hierbij ondersteuning geboden worden door een gratis onafhankelijke cliëntondersteuner of vertrouwenspersoon.
Lid 2. Wij adviseren het woord ‘dienen’ één keer te schrappen. Daarnaast adviseren wij u bovenaan het aanvraagformulier of in een bijbehorend schrijven de ouder op de hoogte te stellen dat ze voor het invullen gebruik kunnen maken van advies van een onafhankelijke (!) cliëntondersteuner. Het invullen van een aanvraagformulier is best ingewikkeld. Daarnaast kan de onafhankelijke cliëntondersteuner al een eerste stap binnen de triage vormgeven, waardoor er wellicht direct naar algemene voorzieningen gekeken kan worden.
Lid 4. Wij adviseren na te gaan op welke wijze de ouder en/of jeugdige bij de eerste aanvraag tot jeugdhulp een (behandel)plan of evaluatie kan aanleveren.
Lid 5. Wij adviseren op te nemen: Het college neemt het besluit op een aanvraag binnen acht weken na ontvangst
Reactie college
Lid 1: Dit nemen wij niet over. Juist bij algemene voorzieningen willen wij dit zo laagdrempelig houden en zien eerder een rol voor onze maatschappelijke partners in de basis dan het college, zoals Lisa Lelystad.
Lid 2: “Dienen” is 1x geschrapt. Op het huidige aanvraagformulier en website van de gemeente en van Jeugd Lelystad wordt de mogelijkheid voor cliëntondersteuning vermeld en in de gesprekken worden ouders hierop gewezen.
Lid 4: Een (behandel)plan of evaluatie zijn als voorbeelden genoemd in dit lid. Bij een eerste aanvraag zijn deze stukken niet aanwezig.
Lid 5: Wij zullen het woord “uiterlijk” schrappen.
Blz. 5. Artikel 8 Onderzoek
In de Jeugdwet staat: “Voor zover redelijkerwijs mogelijk, wordt de jeugdige en zijn ouders keuzevrijheid geboden met betrekking tot de activiteiten van jeugdhulp.” Wij adviseren u deze zin, dan wel de uitwerking daarvan, op te nemen in de verordening, gezien we deze dusdanig belangrijk vinden en nergens in de verordening tot stand lijkt te komen.
Lid 1. Wij ervaren te veel ruimte bij het beschrijven dat het onderzoek zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. Wij adviseren een aanvaardbare termijn specifiek te benoemen.
Reactie college
Uw suggestie om de zin uit de Jeugdwet over keuzevrijheid op te nemen in de verordening nemen wij niet over. Zoals eerder aangegeven hebben wij ervoor gekozen om zaken die elders al geregeld zijn (zoals in wetgeving) niet op te nemen in deze verordening.
Lid 1: Wij begrijpen dat u “zo spoedig mogelijk” zonder een termijn specifiek te benoemen als te veel ruimte ervaart. Wij hebben in artikel 7 het termijn benoemd waarbinnen zowel het onderzoek als het nemen van de beschikking moeten plaatsvinden, waarbij verder niet uitmaakt hoeveel tijd de verschillende onderdelen precies in beslag nemen (als in totaal de termijn maar niet overschreden wordt).
Lid 2: Wij adviseren u om “gratis cliëntondersteuning” te wijzigen in “gratis onafhankelijke cliëntondersteuning”
Lid 3. In de modelverordening wordt aangegeven dat ondersteuning bij het opstellen van het
familiegroepsplan gevraagd kan worden, naast dat gesproken wordt over de vertrouwenspersoon en de cliëntondersteuning.
Wij adviseren om de tekst bij lid 3 te wijzigen in: Voordat het onderzoek van start gaat kunnen de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordigers het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen hiervan op de hoogte en stelt hen in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familieplan.
Lid 4. Ons inziens is de inzet van de GIZ methodiek een hulpmiddel om tot een goede beoordeling te komen. Wij vragen ons af of deze methodiek in de verordening dient te worden beschreven. Het is ons niet bekend of de gecertificeerde instellingen van de GIZ methodiek gebruik maken.
Lid 8 b. In de modelverordening wordt gesproken over opgroei- en opvoedingsproblemen en/of psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen. Wij vragen ons af waarom dit voor een groot gedeelte uit de verordening is gehaald en adviseren u deze weer toe te voegen met tevens een vermelding naar artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Lid 8.c Gaat over welke zorg gebruikelijk is om te groeien naar zelfredzaamheid, maar ook welke zorg overstijgend dus bovengebruikelijk is vanwege een handicap of beperking van de jeugdige. Wij adviseren bij de beoordeling hiervan gebruik te maken van hoofdstuk 4 van de Beleidsregels indicatiestelling WLZ 2025.
Lid 8. Wij vragen ons af, met welke reden de regel tussen c. en d. is vervallen zoals in de modelverordening van de VNG staat beschreven. Het betreft de zin: rekening houdend met de godsdienst, levensovertuiging en culturele achtergrond van de ouder en/of jeugdige. In de toelichting staat dit punt wel vermeld, maar gezien de grote diversiteit binnen de inwoners van Lelystad, adviseren wij u de zin uit de modelverordening VNG ook hier te gebruiken.
Lid 8. De cliëntenraad is een groot voorstander van domeinoverstijgend werken en denken. In de
modelverordening van de VNG staat: lid 8.e indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Wij adviseren u deze zin ook op te nemen
Reactie college
Lid 2: Het toevoegen van “onafhankelijk” is niet nodig, want in artikel 1 begripsbepaling is opgenomen dat onder cliëntondersteuning “onafhankelijke ondersteuning … op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen” wordt verstaan.
Lid 3: Het toevoegen van de zin “Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familieplan.” zoals in de modelverordening VNG is niet nodig, omdat wij de vertrouwenspersoon en cliëntondersteuning in lid 2 breder hebben gedefinieerd dan alleen bij het onderzoek zoals in de modelverordening.
Lid 4: De GIZ methodiek is opgenomen in de verordening, omdat de GIZ methodiek een voorwaarde is die de raad gesteld heeft aan Jeugd Lelystad. Artikel 8 betreft het onderzoek en heeft betrekking op de aanvragen jeugdhulp die bij het college worden ingediend. Dit artikel is niet van toepassing voor de toegang tot jeugdhulp via de gecertificeerde instellingen.
Lid 8b: In voorliggende verordening is dit lid 8d geworden. Uw suggestie om de formulering in de modelverordening te gebruiken in de verordening nemen wij niet over. Zoals eerder aangegeven hebben wij ervoor gekozen om zaken die elders al geregeld zijn (zoals in wetgeving) niet op te nemen in deze verordening.
Lid 8c: In de voorliggende verordening is dit lid 8e geworden. In dit lid regelen wij wat we verstaan onder eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen. Dit hebben wij verder uitgewerkt in artikel 14 en bijlage 2 (overzicht uit de publicatie ‘Opgroeien en opvoeden’ van het NJI). Uw advies om hoofdstuk 4 van de Beleidsregels indicatiestelling WLZ 2025 te gebruiken nemen wij niet over. Gebruikelijke zorg in de Wlz is gericht op structurele vervangende zorg voor ouders, terwijl in de Jeugdwet veel meer de eigen kracht en het netwerk centraal staan. Daarnaast zijn de uitgangspunten uit hoofdstuk 4 van de beleidsregels Wlz primair geschreven voor het CIZ in het kader van Wlz-indicaties, en niet voor de beoordeling door het college van een aanvraag onder de Jeugdwet. De definities van “gebruikelijke zorg” in de Wlz zijn afgestemd op zorgzwaartepakketten en het juridisch kader van de Wlz.
Lid 8: Uw suggestie om de zin “rekening houdend met de godsdienst, levensovertuiging en culturele achtergrond van de ouder en/of jeugdige” uit de modelverordening te gebruiken nemen wij niet over.
Zoals eerder aangegeven hebben wij ervoor gekozen om zaken die elders al geregeld zijn (zoals in wetgeving) niet op te nemen in deze verordening. Rekening houden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders is geregeld in artikel 2.3, lid 4b van de Jeugdwet.
Lid 8: Wij nemen uw suggestie om lid 8e uit de modelverordening te gebruiken niet over. In artikel 5, lid 8 hebben wij de stappen benoemd uit het stappenplan dat de Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld in een uitspraak van 1 mei 2017. De afstemming met andere voorzieningen is geregeld in hoofdstuk 7.
Blz.6. Artikel 9 Niet meewerkende ouder(s)
Lid 2. Wij adviseren een aanvulling: indien het college van oordeel is dat noodzakelijke hulp voor de jeugdige nodig is (in onveilige situaties) en deze geen tot onvoldoende medewerking heeft vanuit de ouders en hierdoor geen beschikking kan worden verstrekt, dient het college de afwegingskader meldcode te gebruiken.
In de Memorie van Toelichting staat: ”De verantwoordelijkheid van de gemeente om een voorziening te treffen ziet niet alleen op de jeugdhulp waar een jeugdige of zijn ouders zelf om verzoeken en die vrijwillig is, maar de gemeente is ook verantwoordelijk in die gevallen waarin een jeugdige of zijn ouders niet zelf met een verzoek of vraag komen, maar waarbij wel hulp wenselijk of noodzakelijk is en voor die vormen van jeugdhulp die verplicht zijn en waarvoor de jeugdrechter reeds een rechterlijke machtiging inzake jeugdhulp in gesloten setting (zowel een machtiging gesloten jeugdhulp als een machtiging op basis van de Wet bopz) heeft afgegeven of waarvoor een dergelijke rechterlijke beslissing gevraagd wordt. Het uitgangspunt blijft natuurlijk dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien allereerst bij de ouders en de jeugdige ligt en hier een terughoudende houding van de overheid past die ondersteuning biedt daar waar dit gevraagd wordt. Maar in sommige gevallen zal een meer proactieve rol van de overheid nodig zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan situaties waarbij de ouders of de jeugdige zich zelf niet bewust zijn van het feit dat ze ondersteuning of zorg nodig hebben, maar waarbij de buurvrouw zo haar twijfels heeft over de
opvoeding van het buurkind en daar de gemeente op wil attenderen. Daarvoor zal de gemeente een voorziening moeten treffen, bijvoorbeeld in de vorm van een meldpunt. De gemeente zal hiertoe de mogelijkheid moeten bieden. Ook de gevallen waarbij de ouders of het kind geen ondersteuning willen, terwijl dit wel wenselijk of zelfs noodzakelijk is, denk aan gevallen van kindermishandeling of verwaarlozing vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.”
Wij adviseren u rekening te houden met de diverse situaties waar hier aandacht voor wordt gevraagd. Niet ingrijpen kan uiteindelijk niet alleen duurder zijn, maar ook schadelijk voor de kinderen.
Reactie college
Het toevoegen van uw voorgestelde zin is overbodig. Zoals eerder aangegeven hebben wij ervoor gekozen om zaken die elders al geregeld zijn (zoals in wetgeving) niet op te nemen in deze verordening. Het gebruiken van de meldcode is verplicht voor professionals die werkzaam zijn in de gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. Dit staat in het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Bovendien zien wij in de praktijk, dat mensen over anderen gaan bepalen dat ze hulp nodig hebben. Dat is juist wat we met het vaststellen van het Knoppenplan willen tegengaan. Wij moeten niet voor ouders bepalen, zij hebben de regie. Uitzonderingen daargelaten, deze situaties lopen dan via de rechter.
Artikel 10 Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming
Wij adviseren in de verordening op te nemen dat de advisering over besluitvorming, de besluitvorming zelf en de uitvoering daarvan niet in één hand mogen liggen en dus niet door één en hetzelfde orgaan mogen worden verricht, conform de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Reactie college
Dit nemen wij over. We voegen bij artikel 10 een lid 4 toe met de tekst van artikel 6 lid 3 van de modelverordening VNG: “Het college treft voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt, in het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers van) de organisatie die de jeugdhulp biedt of mogelijk gaat bieden, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het daarop betrekking hebbende besluit neemt”.
Artikel 12 Onderzoeksrapport
Wij adviseren u om Lid 4. hieraan toe te voegen. Het definitieve onderzoeksrapport wordt ondertekend door de ouders en/of de jeugdige boven de 16 jaar.
Reactie college
Uw advies om het definitieve onderzoeksrapport te ondertekenen door ouders en/of jeugdige boven de 16 jaar nemen wij niet over. Er moet éen keer toestemming worden gegeven (mogelijk middels een handtekening) om de aanvraag compleet te maken (zie artikel. 4:2, lid 1 van de Awb). In artikel 7 lid 2 van deze voorliggende verordening jeugdhulp hebben wij opgenomen dat een aanvraag voor een individuele voorziening jeugdhulp via een aanvraagformulier loopt. Dit aanvraagformulier wordt al ondertekend. In het kader van de (administratieve) lasten voor jeugdigen/ouders zo laag mogelijk te houden voegen we geen ondertekeningsmoment toe aan het onderzoeksrapport.
Blz.7. Artikel 13 Criteria voor toekenning van een individuele voorziening
Lid 1. Een hele lange zin, waardoor het niet lekker leest. Wij adviseren op te nemen: Jeugdhulp is toegankelijk na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist of de jeugdarts. Daarnaast komt de jeugdige of de ouder bij toegang via de gemeente voor een individuele voorziening in aanmerking als onderzoek door het college duidelijk maakt dat jeugdhulp nodig is bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen als bedoelt in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Zeker als de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, terwijl gebruikmaking van een andere of algemene voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Lid 2. U schrijft, als de oorzaak van de hulpvraag is gelegen in de problematiek van de ouder(s) bijvoorbeeld vanwege lichamelijke handicap of psychosociale problematiek, dan valt dit niet onder jeugdhulp. Wij adviseren u na te gaan op welke wijze wordt onderzocht of deze ouder problematiek een onveilige situatie voor de jeugdige met zich meebrengt. Tevens adviseren wij u deze zin beter vorm te geven gezien je het op verschillende manieren kunt interpreteren. Dit onderdeel is in de modelverordening duidelijker vormgegeven: “7. In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening.
8. Het voorgaande lid is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin.” Wij adviseren deze uitleg op te nemen. Daarnaast adviseren wij u om in situaties waarin sprake is van een vechtscheiding, hulp voor de betrokken kinderen toe te kennen.
Reactie college
Lid 1: U heeft een terecht punt, dat dit lid niet zo leesbaar is. Echter uw tekstvoorstel dekt niet helemaal de bedoeling. Wij hebben dit lid nu als volgt geformuleerd:
- Een jeugdige of ouder komt in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening:
- na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, of;
- na onderzoek door het college indien het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft:
- in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen,
- psychische problemen, of
- stoornissen
en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een andere of algemene voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Lid 2: In de voorliggende verordening is dit lid 3 geworden. Wij blijven de huidige tekst hanteren, dit is een striktere formulering dan de modelverordening. Als de oorzaak van een hulpvraag bij de ouder ligt, bijvoorbeeld door een lichamelijke of psychische beperking, dan valt de ondersteuning niet onder de jeugdhulp, maar onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Er is altijd nog de hardheidsclausule.
Lid 8. De verordening is geen toekenningskader, het is geen beoordeling van het al of niet verstrekken van jeugdhulp. Het is een afbakeningskader. Een afbakening van welke jeugdhulp gefinancierd wordt.
Verder heeft u in lid 2 factoren benoemd waar bij voor de beoordeling van het al of niet verstrekken van jeugdhulp rekening mee moet worden gehouden. In het verleden zijn er veel interpretatieproblemen ontstaan bij de toegang. Wij adviseren dan ook om aan te sluiten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit hoofdstuk 4 van de beleidsregels indicatiestelling WLZ 2025.
Reactie college
We gebruiken de termen gebruikelijke en bovengebruikelijke zorg niet, maar eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen. Dit hebben wij verder uitgewerkt in artikel 14 en bijlage 2. Uw advies om aan te sluiten bij hoofdstuk 4 van de beleidsregels indicatiestelling WLZ 2025 nemen we niet over. Voor de toelichting, zie onze reactie op uw advies bij artikel 8.
Daarnaast schrijft de Jeugdwet voor dat de gemeente de taak heeft het opvoedingsklimaat in gezinnen te versterken. Deze jeugdhulp kan worden ingezet door het bevorderen van de opvoedvaardigheden van ouders, waarbij de beschikking op naam komt van de ouder. Wij adviseren u om deze mogelijkheid duidelijk in de verordening te verwoorden.
Wij gaan er vanuit dat bij het toekennen van een individuele voorziening soms geen passend aanbod gevonden kan worden bij hetgeen de jeugdige nodig heeft om zijn ontwikkeling en/of gedrag te stimuleren.
Wij adviseren dan ook om de mogelijkheid tot maatwerk in dit artikel op te nemen, indien vrij toegankelijke voorzieningen niet toereikend zijn. Wij zijn van mening dat niet moet worden uitgegaan alleen van de goedkoopste adequate tijdig beschikbare voorziening maar tevens moet worden voorzien dat deze effectief is. Dat wordt ook benadrukt in de Memorie van Toelichting (“De beoordeling of een jeugdige of een ouder een voorziening nodig heeft en welke voorziening hij nodig heeft, dient plaats te vinden door een deskundige en zal gebaseerd dienen te zijn op zorginhoudelijke gronden. Budgettaire overwegingen kunnen hierin niet maatgevend zijn.” )
Reactie college
Maatwerk (als in niet-gecontracteerd aanbod) is mogelijk. Dat is reeds ingebouwd in het gegeven dat het college een individuele voorziening verstrekt. De gemeente verstrekt een noodzakelijke voorziening (jeugdhulp) en doet dat volgens de eisen van kosten, adequaatheid en tijdigheid. De nadruk die u op effectiviteit wil leggen is reeds opgenomen in de eis van adequaatheid.
Blz.8. Artikel 14 Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Lid 5. b Hierin wordt beschreven dat de hulpvraag een periode van minder dan zes maanden bedraagt, met uitzondering van behandeling. Binnen de wet op de Jeugdzorg staat geen termijn van zes maanden beschreven. Wij vragen ons af op basis van welke overwegingen het college deze termijn hanteert, aangezien in de Memorie van Toelichting kortdurende zorgsituaties van minder dan drie maanden als gebruikelijke zorg worden aangemerkt.
Reactie college
Het college acht een periode van zes maanden een realistische inschatting van wat in redelijkheid van ouders verwacht mag worden. Het termijn van 3 maanden uit de Memorie van Toelichting heeft betrekking op de persoonlijke verzorging vanuit de AWBZ. Inmiddels is de Jeugdwet tien jaar in werking. Ook andere gemeenten hebben een termijn van zes maanden zoals Heemskerk, Leusden en Oudewater.
Lid 6a. In de modelovereenkomst wordt gesproken over ‘geobjectiveerde beperkingen’ in plaats van ‘vastgestelde beperkingen’. In uw toelichting staat het volgende hierover: “Bij beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden (sub a) moet het gaan om vastgestelde beperkingen. Hierbij kan worden gedacht aan beperkingen die zijn vastgesteld door een arts, psycholoog of ***.” Het lijkt ons niet de bedoeling om eerst een onderzoek te doen om vast te laten stellen of de ouder een beperking heeft waardoor deze tekortschiet.
Wij adviseren om ‘geobjectiveerd’ te laten staan en de zinssnede uit de toelichting te verwijderen. Het kan niet zo zijn dat als beperkingen van ouders niet zijn gediagnostiseerd, er daarom geen jeugdhulp kan worden ingezet omdat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) wel te kort schiet maar niet is vastgesteld, danwel dat ouders de toegang tot haar/zijn medische gegevens heeft geweigerd.
Lid 7d: de cliëntenraad vindt het goed om te kijken of ouders zelf hulp kunnen bieden. Echter dit voorbeeld gaat vaak over bovengebruikelijke zorg waarbij ons inziens een andere inschatting gemaakt moet worden. Je kunt hierbij dus niet zomaar aangeven dat er geen jeugdhulp kan worden ingeschakeld of dat deze zorg ‘geboden dient te worden’ door ouders of netwerk.
Laatste alinea na Lid 8. “Dit geldt ook bij gescheiden ouders.” Wij adviseren dit te verruimen naar: “……ouders, tenzij dit een onevenredige belasting vormt voor het gezin, de andere ouder feitelijk niet beschikbaar/buiten beeld is of wanneer de reistijd en/of reiskosten in redelijkheid niet van hem of haar kunnen worden gevraagd.
Reactie college
Lid 6a: Wij hebben met “vastgestelde beperkingen” niet alleen de gediagnosticeerde beperkingen bedoeld. We willen benadrukken dat er bewijs is dat een persoon een bepaalde beperking heeft, en dat deze beperking niet alleen op subjectieve klachten berust. Het is vastgesteld aan de hand van observaties, tests of onderzoek door een deskundige, bijvoorbeeld een arts.
Lid 7d: De vraag of verstrekking van een individuele jeugdhulpvoorziening aan de orde is, kan worden beantwoord aan de hand van het criterium of de eigen mogelijkheden en het eigen probleemoplossend vermogen voldoende zijn om de noodzakelijke hulp te bieden. We gebruiken de termen gebruikelijke en bovengebruikelijke zorg niet.
Laatste alinea na lid 8: Wij vinden het niet onredelijk om dit te vragen van (gescheiden) ouders. Als er bijzondere omstandigheden zijn, kan er altijd maatwerk worden geboden.
Wij adviseren het Artikel 13 Vaktherapie, vanuit de Modelverordening van de VNG, op te nemen in de Verordening van de gemeente Lelystad. Deze vaktherapeutische behandelvormen kunnen alleen vanuit de wet worden ingezet naar het oordeel van het college. Verschillende behandelvormen kunnen positief bijdragen als er geen alternatief beschikbaar is of als oplossing bij een lange wachttijd voor een hulpvoorziening.
Reactie college
Artikel 13: Uw voorstel om het artikel vaktherapie uit de modelverordening toe te voegen nemen wij niet over. Vaktherapie is een voorziening die is ingekocht door het college. We verwijzen naar bijlage 1 voor de voorwaarden voor vaktherapie.
Blz.10 Artikel 18 Inhoud beschikking
Lid 1. c Wij begrijpen dat de beschikking volstaat met benoeming welke voorziening de jeugdhulp gaat bieden, echter gaat ons inziens het college niet over de inhoud, het methodisch werken, binnen de jeugdhulpvoorziening. Wij adviseren u te overwegen of een mogelijke aanvulling kan zijn het beschrijven van het beoogde resultaat, wat ook in de modelverordening vermeld staat.
Lid 1. f Het bevreemd ons dat de kosten van de voorziening in de beschikking worden genoemd. Wij adviseren u na te gaan welke impact dit heeft op ouders en/of jeugdigen.
Reactie college
Lid 1c: Wij gaan in beginsel niet over de inhoud, maar we mogen wel vragen om een deugdelijke methodiek. Dit hebben wij ook vastgelegd in het contract met de aanbieder. Zie ook artikel 3.1.5 van de contractstandaarden Jeugd.
Wij nemen het resultaat niet op in de beschikking. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat resultaatgericht beschikken (in de beschikking wel het resultaat van de ondersteuning en de frequentie van de activiteiten benoemen, maar niet de omvang in uren) de cliënt onvoldoende rechtsbescherming biedt en in strijd is met de wet.
Lid 1f: Het opnemen van de kosten van de voorziening biedt inzicht in de kosten die gemoeid zijn bij de jeugdhulp.
Artikel 19 Toekenning of weigering voorziening in de vorm van een pgb
Lid 2.a: wij adviseren de zin “de jeugdigen en zijn ouders zich gemotiveerd….” Te wijzigen in “de jeugdigen of zijn ouders”, zoals ook in de modelverordening staat. Een jeugdige kan vaak geen keuze hierin maken.
Tevens vragen wij ons af waarom “door het college gecontracteerde aanbieder” (vanuit de
modelverordening) is gewijzigd in “jeugdhulpaanbieder”.
Reactie college
Lid 2a: Dit nemen we niet over. Door “of” te gebruiken kan situaties ontstaan waarbij onenigheid is tussen jeugdige en ouder in de beoordeling wat passend is. Dit kan voor meer spanning zorgen in het gezin wat niet wenselijk is. Daarnaast kan het niet de bedoeling zijn dat als de jeugdige minderjarig is zijn motivering doorslaggevend is. Op grond van de hardheidsclausule is er altijd een mogelijkheid om af te wijken.
Deze verordening betreft de voorzieningen jeugdhulp en de bij jeugdhulpaanbieders ingekocht aanbod.
Artikel 25 verantwoording PGB
Lid 3 en 5. De cliëntenraad is zeer verheugd te lezen dat het pgb aangewend mag worden voor een mantelzorgvergoeding en een lidmaatschap van een belangenvereniging. Tevens dat er een
verantwoordingsvrij bedrag wordt ingesteld waardoor er een aansluiting ontstaat bij de WLZ.
Lid 4. Er staat hier dat het pgb niet mag worden aangewend voor begeleidingskosten. Gezien er wel degelijk pgb is voor begeleiding, gaan wij er vanuit dat er met begeleidingskosten wat anders bedoeld wordt. Wij adviseren u deze term uit te leggen of te verwijderen gezien deze ook niet voorkomt in de modelverordening.
Reactie college
Lid 3 en 5: Met het verantwoordingsvrije bedrag voor een PGB willen wij de administratieve lasten beperken, omdat voor de kleine uitgaven geen facturen gedeclareerd hoeven te worden. Dit kan o.a. ingezet worden voor een mantelzorgvergoeding. Wij waarderen de inzet van een mantelzorger enorm.
Lid 4: Met begeleidingskosten bedoelen we de kosten voor ondersteuning bij het beheren of organiseren van zorg. Wij hebben de toelichting van dit lid aangevuld in de toelichting bij de verordening.
Artikel 26. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking, terugvordering en opschorting.
Lid 5 d: Wij vragen ons af wat er gebeurt als de jeugdige wel voldoet aan de voorwaarden en zijn ouders niet.
Lid 5 e: Wij maken ons zorgen in het geval van (dreigende) overbelasting. Wij adviseren eerst goed te overleggen met het gezin voordat er iets wordt ingetrokken. Wellicht is een dreigende overbelasting toch beter dan het stoppen van de zorg.
Lid 5 h: Wij adviseren hier een redelijke termijn te noemen gezien het opnieuw opstarten van jeugdhulp na bijvoorbeeld een ziekenhuisopname geen makkelijke zaak is.
Reactie college
Lid 5d: Wij hebben dit gewijzigd naar en/of.
Lid 5e: Artikel 26 lid 5 regelt een herziening dan wel intrekking van een individuele voorziening. Een “dreigende overbelasting” kan ook om iets anders vragen dan jeugdhulp. Dit zal in goed overleg met het gezin worden besproken.
Lid 5h: We kunnen ons vinden in uw advies voor een redelijk termijn. Het aantal weken dat een jeugdige in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of Zorgverzekeringswet mag verblijven zonder herziening of intrekking van een individuele voorziening jeugdhulp wordt bepaald in een individuele situatie en afhankelijk van de zorgvraag en mogelijkheden van de jeugdige.
Artikel 28. Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik
In de modelverordening staat het volgende: “3. het college draagt zorg voor een meldpunt waar signalen over oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld in het kader van uitvoering van de wet.” Wij zien graag een dergelijk meldpunt en vragen ons af waarom alle artikelen over een meldpunt uit de modelverordening niet zijn overgenomen.
Reactie college
Dit artikel uit de modelverordening is facultatief. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om een meldpunt in te richten waar signalen over oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld. Vooralsnog heeft het college geen plannen om een apart meldpunt hiervoor te organiseren. Een burger kan dat soort signalen altijd afgeven aan Jeugd Lelystad of de gemeente.
Artikel 30. Afbakening aanspraken op Jeugdwet en Wet Langdurige Zorg (WLZ)
Lid 1. De gemeente heeft een zorgplicht. Dat betekent dat zij tijdig passende hulp moet bieden, ook als er al, of nog niet, een aanvraag voor de WLZ is gedaan. Gemeente moet dus wel overgaan tot een individuele voorziening totdat de WLZ is toegekend. Wij adviseren u dit toe te voegen.
Reactie college
Als er nog geen WLZ aanvraag is gedaan, dan kan een normale Jeugdwet aanvraag worden gedaan. Als er wel een aanvraag is gedaan maar er nog geen WLZ beschikking is en de ontwikkeling van de jeugdige wordt ernstig benadeeld, dan kan het college afwijken op grond van de hardheidsclausule en toch jeugdhulp beschikken ter overbrugging.
Artikel XX Bezwaarschrift beschikking Jeugdhulp en beschikking PGB
Wij adviseren u de rechten van ouders en/of de jeugdige om bezwaar te maken op te nemen. Hieraan toevoegen dat ouders en/of de jeugdige hierbij gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning.
Hoofdstuk 8. uit de modelverordening VNG, Waarborgen Verhouding Prijs en Kwaliteit
Dit hoofdstuk is niet meegenomen in de verordening van de gemeente Lelystad. Wij zijn benieuwd naar de reden hiervan.
Reactie college
Wij hebben ervoor gekozen om zaken die elders al geregeld zijn (zoals in wetgeving) niet op te nemen in deze verordening. Bezwaar is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht. In de beschikkingen die ouders en/of jeugdige ontvangen is de bezwaarclausule opgenomen. Waarborgen Verhouding Prijs en Kwaliteit is opgenomen in de Jeugdwet.
Hoofdstuk 9. uit de modelverordening VNG Klachten en Medezeggenschapis niet opgenomen in de verordening gemeente Lelystad.
Aangezien het college de toegang tot jeugdhulp, het onderzoek en de oordeelsvorming heeft neergelegd bij Jeugd Lelystad (JEL) en er vanuit gaande dat deze zelf een klachtenregeling hanteert, zien wij het college als eindverantwoordelijke. Mogelijk kan er in de verordening verwezen worden naar de klachtenregeling van Jeugd Lelystad.
Reactie college Op basis van de Algemene wet bestuursrecht kan altijd een klacht worden ingediend; daar is geen klachtartikel voor nodig in deze verordening jeugdhulp.
Artikel 36. Inspraak inwoners
Lid 1. U spreekt over de Verordening participatieraad gemeente Lelystad. Naar onze mening bestaat deze niet. Bedoelt u wellicht de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2019?
Reactie college
We bedoelden inderdaad de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2019. Dit is na de interne afstemming reeds gewijzigd.
Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Artikel 32 binnen de modelverordening VNG is het Hoofdstuk Evaluatie en is niet opgenomen in de verordening van Lelystad.
Wij vinden het van groot belang dat het gevoerde beleid regelmatig wordt geëvalueerd op doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk en indien wenselijk worden bijgesteld. Wij adviseren u het hoofdstuk Evaluatie uit de Modelverordening alsnog op te nemen. De cliëntenraad zou te zijner tijd deze verslaglegging gaarne willen ontvangen.
Reactie college
Evaluatie van beleid wordt geregeld in de betreffende beleidsplannen. Daarnaast is evaluatie contractueel afgesproken met aanbieders.
Hieronder vindt u onze reacties en adviezen op de concept Toelichting bij de Verordening Jeugdhulp 2025 Lelystad
In de toelichting bij “toegang jeugdhulp via de huisarts…..” staat in de modelverordening dat de artsen en de gemeentelijke toegang goed van elkaar op de hoogte moeten zijn van de doorverwijzing of behandeling van een kind, zodat de integrale benadering rond het kind en het principe van 1 gezin – 1 regisseur – 1 plan, met name bij meervoudige problematiek, kan worden geborgd en er geen nieuwe ‘verkokering’ zal plaatsvinden, waarbij professionals niet goed van elkaar weten dat zij bij het gezin betrokken zijn. In de Memorie van Toelichting staat t.a.v. artikel 2.1: “Onderdeel f ziet op de gedachte één gezin, één plan, één regisseur. Indien er sprake is van multiproblematiek op meerdere sociale vlakken, zoals bijvoorbeeld opgroei- en opvoedproblematiek, financiële problemen, problemen met huisvesting, dienen de jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering zoveel mogelijk integraal en in samenhang met andere hulp te worden verleend. Door ontschotting van budgetten ontstaan meer mogelijkheden voor betere samenwerking en innovaties in ondersteuning, hulp en zorg aan jeugd en gezinnen.”
Wij vinden dit zeer belangrijke punten en adviseren u deze uitgangspunten op te nemen in de verordening, dan wel de toelichting inclusief de uitwerking hiervan.
Reactie college
1 gezin, 1 plan, 1 contactpersoon vinden wij ook belangrijk en dit is een van de uitgangspunten uit het Knoppenplan Jeugdzorg Lelystad. Het integraal werken indien er sprake is van multiproblematiek hebben we in de verordening geregeld met de verschillende artikelen in hoofdstuk 7 over afstemming met andere voorzieningen.
In de toelichting van de modelverordening staat het volgende: “….Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord. Hiermee wordt artikel 12, van het Verdrag inzake de rechten van het kind in acht genomen. Op grond van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst mogen jeugdigen vanaf 16 jaar over de eigen behandeling een beslissing nemen en is het mede afhankelijk van de wens van de jongere of de ouders al dan niet geïnformeerd mogen worden door de behandelaar.” U heeft deze passage niet opgenomen. Wij adviseren u in de verordening toe te voegen dat de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord wordt en het overige deel van deze passage in de toelichting te zetten.
Reactie college
Wij hebben ervoor gekozen om zaken die elders al geregeld zijn (zoals in wetgeving) niet op te nemen in deze verordening. In artikel 7.3.5, eerste lid van de Jeugdwet is geregeld: de minderjarige die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, is bekwaam tot het verlenen van toestemming voor de verlening van jeugdhulp ten behoeve van zichzelf, alsmede tot het verrichten van rechtshandelingen die daarmee onmiddellijk verband houden.
Artikel 17 Kinderopvang en buitenschoolse opvang
In de toelichting is opgenomen: “Deze bepaling laat onverlet dat het college daarnaast verschillende vormen van dagbesteding beschikbaar kan hebben gesteld, waaronder het medisch kinderdagverblijf, een kinderdagcentrum of een zorgboerderij.” In de modelverordening is hierbij nog een BSO+ aan toegevoegd.
Wij vragen ons af waarom deze niet is overgenomen, of Lelystad deze niet heeft en zo nee, of daar wel eens onderzoek naar gedaan is.
Reactie college
Wij hebben geen speciale BSO voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.
Hoogte pgb
Eerste en tweede lid. Hier wordt gesproken over tarieven voor informele en formele hulp, waarbij wordt aangegeven dat dit aansluit bij de systematiek die binnen de WLZ en ZVW wordt gehanteerd. Dit is onjuist. In de genoemde wetten is weliswaar ook een differentiatie in tarieven maar het informele tarief is niet op basis van het wettelijk minimumloon. In de WLZ is het tarief voor informele hulp momenteel €25,65 en in de ZVW €29,52. In ons advies uit 2021 inzake de Verordening en beleids- en nadere regels, hebben wij een pleidooi gehouden voor een zorgvuldig pgb beleid waarin we hebben geadviseerd om het informele PGB tarief te verhogen en aan te sluiten bij de WLZ of de ZVW. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat hulpvragers sneller gaan kiezen voor goede zorgverleners met een informeel tarief dan voor zorgverleners met een veel hoger tarief of de keus maken voor duurdere ZiN.
Er wordt vaak vanuit gegaan dat het informeel tarief voor naasten geldt. Er is echter nog een groep waarvoor het informele tarief toegepast kan worden, namelijk de hulpverleners die een overeenkomst hebben met de hulpvrager. Zij zijn geen naasten van de hulpvrager. Het is dan ook onjuist om te zeggen dat informele hulp alleen naasten betreft. Dat er vaak alleen mensen uit het sociale netwerk voor dit informele tarief werken, wordt veroorzaakt door het te lage uurloon voor de beroepsmatige hulpverleners die niet onder de criteria van formele zorgverleners vallen (BIG geregistreerd of hbo geschoold (SKJ)). Wederom adviseren wij u om voor het informele tarief aan te sluiten bij de WLZ en de ZVW. Overigens is ons bekend dat sommige gemeenten ervoor hebben gekozen om drie afzonderlijke pgb-tarieven te hanteren.
Reactie college
In de modelverordening bedoelen ze met aansluiten bij de systematiek binnen de WLZ en ZVW het onderscheid in tarieven voor formele en informele hulp. Zoals wij in onze reactie op uw advies uit 2021 hebben aangegeven vinden wij net als de modelverordening dat het gelijkstellen van het PGB-tarief voor informele hulp aan het wettelijke minimumloon en vakantiegeld (8% vakantietoeslag) een passend tarief. Wij volgen uw advies om het informele PGB tarief te verhogen dan ook niet op.
Artikel 23 onderscheid formele en informele hulp
“Professionals die hulp verlenen – ook vanuit een pgb – moeten geregistreerd zijn in het SKJ of BIG .“ Veel van de hulpverleners binnen de jeugdwet zijn begeleiders. Dat betekent dat begeleiders op mbo-niveau niet als professional gezien worden. Deze hebben nl. geen BIG registratie maar kunnen ook niet bij het SKJ zijn geregistreerd gezien zij geen hbo-opleiding hebben. Wij denken dat veel van het werk binnen de jeugdhulp prima door mbo-ers gedaan kan worden en pleiten er dan ook voor om te zorgen dat deze groep professionals, juist bij de huidige krappe arbeidsmarkt, de mogelijkheid hebben om binnen de jeugdwet hun werkzaamheden kunnen uitvoeren, met bijbehorende bezoldiging. Dit wordt ook bevestigd door wat in de Memorie van Toelichting staat: “In veel gevallen kunnen en zullen jeugdhulpaanbieders ervoor kiezen ook niet geregistreerd personeel in te schakelen. Een goed voorbeeld is de toedeling van werkzaamheden voor activiteitenbegeleiding. De functie van activiteitenbegeleider is een functie op mbo-niveau. Het valt niet in te zien dat de activiteitenbegeleiding van mindere kwaliteit zou zijn wanneer die wordt geboden door een
daarvoor opgeleide mbo’er in plaats van door een niet speciaal daarvoor opgeleide geregistreerde jeugdprofessional (hbo)”.Wellicht is de eerder genoemde verhoging van het informele tarief of een 3e tarief een uitkomst hiervoor.
Reactie college
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een tarief voor formele hulp en een tarief voor informele hulp. Voor formele hulp gelden hogere pgb-tarieven en voor informele hulp geldt het lagere minimumtarief op basis van het wettelijk minimumloon. Daarmee wordt rekening gehouden met de aanvullende kosten die formele aanbieders moeten maken om aan de kwaliteitseisen die op hen van toepassing zijn te kunnen voldoen. Voor de gecontracteerde aanbieders geldt ook de eis dat deze een SKJ of een BIG-registratie moeten hebben. Deze eis geldt daarom eveneens voor voorzieningen die in de vorm van een PGB worden toegekend. Een MBO-geschoolde hulpverlener mag wel onder toezicht van een HBO of hoger geschoolde hulpverlener zorg bieden.
Het college van de gemeente Lelystad,
de interim secretaris,
A.N. van den Bergh
Reactie Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad
29-06-2025 Reactie op brief college inzake Verordening Jeugdhulp Lelystad
Geacht College,
We danken u voor de reactie op de adviezen van de Cliëntenraad Sociaal Domein op de concept Verordening Jeugdhulp Lelystad. We zijn content dat een aantal wijzigingen is aangebracht. Het valt ons op dat u vaak verwijst naar regelgeving die elders is vastgelegd. Dit maakt ons inziens de Verordening lastig leesbaar voor onze inwoners.
U verwijst ook naar onderbouwingen binnen de verordening zoals: vastgestelde wetenschappelijke onderzoeken, zorgstandaarden, methodieken, beleidsregels en verschillende databanken. Wij willen u erop attenderen dat niet alle jeugd-of gezinsproblematiek zich laat vangen in standaardiseringen. De praktijk is veelal weerbarstiger. De cliëntenraad had graag gezien dat heldere en praktische bepalingen en afwegingsfactoren in de verordening worden beschreven. Wie doet wat, hoe is e.e.a. georganiseerd en op welke wijze vindt de uitvoering plaats. Dit in een leesbare vorm die wordt begrepen door de inwoners.
De cliëntenraad geeft de voorkeur aan een document waarin de wettelijke taken praktisch worden uit geschreven, samen met heldere informatie over de wijze waarop de toegang tot jeugdhulp is georganiseerd. Kortom, een toegankelijk document voor jeugdigen, ouders, verwijzers, zorgaanbieders en Jeugd Lelystad.
Als cliëntenraad willen we hieronder ingaan op enkele adviezen, waarbij wij u dringend vragen deze te heroverwegen.
Hoofdstuk 1 Begrippen
De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraken van 29 mei 2024 (o.a. ECLl:NL:CRVB:2024:1095) geoordeeld dat gemeenten in hun verordening duidelijk moeten omschrijven wat zij verstaan onder ouderlijke plicht, al dan niet in relatie tot begrippen als gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp. Daarbij moet in de verordening zelf, niet slechts in toelichting of bijlage, worden vastgelegd welke hulp redelijkerwijs van ouders verwacht mag worden, en wanneer die verwachting de grenzen van redelijkheid overschrijdt. Uit zowel de verordening als de bijbehorende toelichting blijkt dat deze noodzakelijke grens niet wordt gesteld. Daarmee ontstaat voor ouders en jeugdigen onvoldoende rechtszekerheid over hun aanspraak op jeugdhulp.
Artikel 3. Individuele voorziening
De toelichting van het college, waarin wordt verwezen naar “methodiek” als onderbouwing van de opgenomen behandelduur en frequentie, overtuigt ons niet. In bijlage 1 wordt bijvoorbeeld gesteld dat EMDR-behandeling minimaal 3 sessies per week van 1,5 uur vereist. Het opnemen van een minimumfrequentie van 3 EMDR-sessies per week is onrealistisch. Dit bevestigt onze zorg dat de gemeente met deze inkoopstructuur feitelijk op de stoel van de behandelend deskundige gaat zitten.
Hoewel het college stelt dat maatwerk mogelijk blijft, blijkt in de praktijk dat standaardisering richtinggevend is voor toekenning én inkoop, waardoor behandelaren en indicatiestellers onder druk komen te staan en zich aan deze ‘norm’ te conformeren – ook al is dat niet in het belang van het kind.
Wij adviseren u daarom met klem om in de verordening en bijlagen geen normen vast te leggen die de inhoudelijke behandelruimte van professionals beperken. Laat de inhoud, duur en frequentie van hulpverlening uitsluitend bepalen door de behandelend deskundige, waarna het college op basis daarvan een zorgvuldig gemotiveerd besluit neemt conform de Jeugdwet.
Artikel 4 Toegang tot jeugdhulp via huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Wij zijn content met deze wijziging in de verordening. In de toelichting is dit echter nog niet verwerkt. Wij adviseren ook in de toelichting te vermelden dat het verstrekken van medische gegevens niet verplicht is.
Artikel 12 Onderzoeksrapport
Uw reactie gaat in op het aanvraagproces (artikel 4:2 Awb}, maar raakt daarmee niet de kern van ons advies. Ons voorstel om een onderteken moment toe te voegen aan het definitieve onderzoeksrapport is geen herhaling van de aanvraag, maar een borging van transparantie en zorgvuldige vastlegging. Dit moment stelt ouders en jeugdigen in staat te bevestigen dat zij zich herkennen in de inhoud van het rapport. Dat voorkomt misverstanden en draagt bij aan een zorgvuldige besluitvorming, conform artikel 3:2 van de Awb. Het verkleint bovendien de kans op bezwaarprocedures en bevordert het vertrouwen in het proces.
Artikel 30. Afbakening aanspraken op Jeugdwet en Wet Langdurige Zorg (WLZ)
Hoewel wij uw verwijzing naar de hardheidsclausule begrijpen, achten wij deze onvoldoende waarborg voor de continuïteit van zorg. De Jeugdwet kent een eigenstandige zorgplicht, die geldt totdat een Wlz-indicatie is afgegeven -ongeacht of er sprake is van “ernstige benadeling”.
Door de toegang tot tijdelijke jeugdhulp afhankelijk te maken van een zware afweging onder de hardheidsclausule, wordt het risico vergroot dat jeugdigen tijdens de wachttijd tussen aanvraag en toekenning van Wlz-zorg zonder passende hulp blijven. Dit is in strijd met het uitgangspunt van de wet én met de rechtszekerheid voor ouders.
Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Wij achten het van belang dat ook de verordening zelf een bepaling bevat over structurele evaluatie van het gevoerde beleid. Door dit in de verordening vast te leggen, wordt het college niet alleen juridisch gehouden aan regelmatige evaluatie, maar wordt ook voor inwoners en medezeggenschapsorganen zichtbaar dát er wordt geëvalueerd en hoe vaak. Wij herhalen daarom ons advies om het evaluatiehoofdstuk uit de VNG-modelverordening alsnog op te nemen.
Graag ontvangen wij uw reactie op ons advies.
Wij zijn altijd bereid toelichting te geven en u van nader advies te voorzien.
Hoogachtend en met vriendelijke groet,
Namens de Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad,
Jan Leentvaar
(voorzitter)